Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 17-06-2020

Psalmen

betekenis & definitie

[Hebr.: Tehillim, lofzangen], oudtestamentisch boek, verzameling Hebreeuwse poëzie, in de Hebreeuwse bijbel opgenomen onder de →Ketoebiem en als liederenboek van 150 lofzangen gebruikt bij de tempeldienst in de laatste periode van het volksbestaan van het oude Israël, daarna in de synagogediensten van het jodendom in de verstrooiing. Ook in de christelijke erediensten hebben de psalmen altijd een belangrijke plaats ingenomen.

De Septuaginta verdeelde ze, naar het voorbeeld van de Pentateuch, in vijf boeken.Het psalmboek is tamelijk willekeurig samengesteld uit oudere verzamelingen, die ieder hun eigen opschrift hadden: van David, van Asaf, van de kinderen van Korach enz. Ook kregen de psalmen pas hun tegenwoordige opschriften, toen zij tot één geheel werden verenigd. De meeste psalmen heten ten onrechte van koning David (1012 v.C.—972 v.C.) afkomstig te zijn. Welke psalmen wel van David zijn, is niet meer uit te maken. In de meeste gevallen is het auteurschap onbekend of onzeker. Mogelijk zijn sommige psalmen pas in de Makkabeeëntijd (2e eeuw v.C.) ontstaan.

Van vele psalmen is de hoge ouderdom en het cultisch karakter zeker. De Duitse protestantse theoloog H.Gunkel heeft door godsdiensthistorische vergelijking van de Israëlitische psalmen met de Babylonische veel bijgedragen tot een nieuw begrip. S.Mowinckel e.a. maakten de Israëlitische psalmencultus bijna geheel afhankelijk van de Babylonische. In ieder geval is uit Babel (en reeds eerder Soemerië) een hele psalmenlitteratuur bekend. Ook de Kanaänieten hadden eigen psalmen.

In de nabijbelse tijd zijn er vele psalmen gedicht, o.a. de hymnen van de Qumrangemeente (→Judese rollen), de psalmen (oden) van Salomo. Ook in de bijbel komen buiten het psalmboek psalmen voor (b.v. 1 Sam.2; Jes.38; Hab.3).

LITT. J.Ridderbos, De Psalmen (2 dln. 1955-58); H.J.Kraus, Psalmen (2 dln. 1960); S.Mowinckel, The Psalms in Israel’s worship (1963); J.van der Ploeg, Psalmen (2 dln. 1971-74); G.Kittel, Die Sprache der Psalmen (1973); J.Kühlewein, Geschichte in den Psalmen (1973).