Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 17-06-2020

Portugees

betekenis & definitie

I. m. (-gezen), inwoner van Portugal;

II. bn., 1. van Portugal, daar inheems, daarvan afkomstig: De Portugese bevolking; Portugese wijnen; Portugese joden, ca. 1600 uit Portugal gekomen joden die te Amsterdam een wijkplaats vonden; 2. behorend tot de taal van de Portugezen; in die taal gesteld, geschreven; III. zn. o., de taal van de Portugezen (e).

(e) Het Portugees is een van de Romaanse (of Neolatijnse) talen. Het wordt gesproken door ca. 130 mln. mensen in Portugal, Brazilië, Afrika (Madeira, Azoren en de vroegere Portugese koloniën) en enige enclaves in India, China en Indonesië; hiervan is Brazilië het belangrijkst. Het Portugees, sterk verwant aan het Spaans, maar er ook duidelijk van onderscheiden, kenmerkt zich door een grote taalkundige eenheid. Tot de 15e eeuw vormde het Portugees een hechte eenheid met het Galicisch, dat daarna door politieke omstandigheden een dialect is geworden. De basis van het Portugees is het Volkslatijn. In tegenstelling tot het Castilaans bleef de Latijnse ƒ in het begin van het woord gehandhaafd (vgl. falar met hablar) en werden beklemtoonde e en o geen stijgende tweeklanken (vgl. dez met diez en conto met cuento).

Typerend voor het vroege Portugees zijn de vele dalende diftongen (ai, au, ei, eu enz.) nasale klinkers en tweeklanken (ão, õe, enz), het uitvallen van -len —n— (vgl. céu met cielo en lua met luna) en de persoonlijke of verbogen infinitief. Het ritme van de taal is veel meer ‘legato’, terwijl het Spaans meer ‘staccato’ wordt uitgesproken. Het Portugees is voor een buitenlander moeilijk te spreken, wegens de vele lispelklanken en het ‘inslikken’ van zwak beklemtoonde lettergrepen; het Braziliaans heeft de oorspronkelijke klankenrijkdom veel beter bewaard.

In latere tijden heeft het Portugees de invloed ondergaan van de Germaanse talen, het Arabisch, Latijn (in de renaissance), Frans en tegenwoordig van het Engels en Amerikaans. Daarnaast nam het Portugees in andere werelddelen inheemse woorden over. Zo bezit het Braziliaans honderden woorden van Indiaanse origine, vooral betrekking hebbend op flora en fauna. De eerste Portugese grammatica is die van Fernao de Oliveira (1536). Het eerste Portugees-Latijnse woordenboek is dat van Agostinho Barbosa (1562?).

LITT. J.J.Nunes, Compêndio de gramatica historica Portuguese (6e dr. 1960); E.B.Williams, From Latin to Portuguese (2e dr. 1962); E.da Silva Dias, Sintaxe historica portuguesa (4e dr. 1969); C.van Twisk en W.Paulik, Modern Portugees (1969); J. J.van den Besselaar, Het Portugees van Brazilië (3e dr. 1976).