Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 24-06-2020

pastoor

betekenis & definitie

[→Lat. pastor, herder], m. (-s), geestelijk hoofd van een r.k. of oud-katholieke parochie: de — van de Lievevrouwekerk; (zegsw.) naar de — gaan, trouwen; de zegent zichzelf eerst, ieder zorgt eerst voor zichzelf.