(República del Paraguay), republiek in Zuid-Amerika, begrensd door Brazilië, Bolivia en Argentinië, 406752 km2, 2805000 inw. Hoofdstad: Asunción.
FYSISCHE GESTELDHEID
Reliëf en afwatering
De rivier de Paraguay verdeelt het land in twee verschillende fysisch-geografische regio’s:
1. Oost-Paraguay, 40 % van het landoppervlak, is een voortzetting van het precambrische Braziliaanse Schild, veelal met een bedekking van eruptief gesteente. Het is een vruchtbaar, zacht golvend gebied, met in het oosten het Parana Plateau (tot 700 m) met diepe rivierdalen en in het westen het Central Basin, dat onderverdeeld wordt in een plateau tot 180 m, heuvels, meren en afzonderlijke toppen (tot 600 m), en de alluviale Neembuca Vlakte, die doorsneden wordt door de Tebicuary. De drainage in Oost-Paraguay is irregulair. In sommige gebieden komen uitgestrekte moerassen voor.
2. Noordwest-Paraguay (60 % van het landoppervlak), de Chaco Boreal, is een deel van de Gran Chaco, en wordt begrensd door de rivieren de Pilcomayo en de Paraguay. Het is een vlak landschap, dat door enkele rivieren onderbroken wordt. Door slechte drainage zijn in het uiterste zuiden uitgestrekte moerassen ontstaan. Vanaf het noorden (300 m boven zeeniveau) daalt het gebied tot 90 m bij de samenvloeiing van de Pilcomayo en de Paraguay.
Klimaat. De neerslag in het oosten bedraagt 2000 mm/jaar. De Chaco Boreal is een aride gebied (jaarneerslag 500 mm). De julitemperatuur bedraagt in het oosten 18 °C; geen gebied is volledig vrij van vorst. In okt.-mrt. is de gemiddelde temperatuur 24— 27 °C. De zuidelijke wind kan veel koude brengen.
Flora. De Chaco Boreal is een steppegebied en een droogtesavanne met struikgewassen en cactussen, in het uiterste zuiden zijn gebieden met moerasvegetatie. Het Parana Plateau heeft een tropisch regenwoud, het Central Basin savanne met in het zuiden gebieden met moerasvegetatie.
Fauna. In de campos en de wouden van OostParaguay komen apen, herten, tapir, wildzwijn, papegaaien, jaguar voor. In lagere delen visotter en kaaiman. In de droge savannen: gordeldier, slangen, miereneters.
BEVOLKING
De bevolking bestaat uit 95 % mestiezen, 2 % Guariní Indianen (in het Chaco Boreal), blanken Aziatische minderheden. De bevolking groeit snel: geboortencijfer 39,8 0/00, sterftecijfer 8,9 0/00. In het noordwesten,o p 61 % van het landsoppervlak, woont 3 % van de totale bevolking. In het gebied in de hoofdstad woont 75 % van de bevolking, 36 % is urbaan. Andere belangrijke steden zijn: Corodel Oviedo, Encarnación, San Estanislao en Concepción.
Taal. Spaans is de officiële voertaal. Omgangstaal is Guaraní, vooral op het land. De helft van de bevolking is tweetalig.
Godsdienst. Van de bevolking is 90 % rooms-katholiek. Er heerst godsdienstvrijheid.
Communicatie. De telecommunicatie is in staatsanden. Er zijn acht radiostations (zeven particuliere), een commerciële televisiezender (te Asunción). Er zijn 38700 telefoonaansluitingen, 180000 radio’s, 14500 televisietoestellen. In Asunción verschijnen vijf dagbladen met een gezamenlijke oplaag van 190000.
ECONOMIE
Algemeen. De primaire sector draagt 33 % bij in het bruto nationaal produkt (bnp), draagt zorg voor meer dan 90 % van de export en geeft werk aan 50 % van de beroepsbevolking. Drie hydro-elektrische projecten in de rivier de Paraná zullen van grote betekenis zijn voor de economische ontwikkeling van Paraguay. Er is sprake van een toenemende invloed van Brazilië en Argentinië op het industrialisatiepatroon. De overheid tracht de export te stimuleren, de import te beperken en de agrarische industrie, die 70 % van de industriële export verzorgt, te ontwikkelen. Met Argentinië, Bolivia, Brazilië en Uruguay is een verdrag gesloten (Cuenca del Plata) voor gemeenschappelijke economische en sociale ontwikkeling.
Landbouw. De voornaamste produkten zijn maïs en cassave; naast het vlees zijn dit de belangrijkste voedselprodukten. Verder worden er bonen, tarwe en rijst verbouwd. Paraguay voorziet voor 33 % in eigen behoefte. De produktie van exportgewassen, soja en katoen, bevindt zich in stijgende lijn; verder suikerriet en tabak. De landbouwproduktie is over het algemeen gering. De agrarische structuur, overwegend kleinen minibedrijf, wordt verbeterd door agrarische hervormingswetten.
Veeteelt. Op de uitgestrekte weidegronden is de veeteelt een belangrijk middel van bestaan, en draagt 12 % bij in het bnp. De veestapel omvat 5 mln. runderen. De produktie van vlees is belangrijker dan huiden en vellen.
Bosbouw. Van het oppervlak wordt 55 % ingenomen door bossen, waarvan 33 % wordt geëxploiteerd, hetgeen 4,3 % bijdraagt in het bnp. Van de beroepsbevolking is 10 % werkzaam in de bosbouw. Van de export bestaat 9 % uit hout en houtprodukten.
Energie. Paraguay exporteert op kleine schaal elektriciteit naar Argentinië en Brazilië, hetgeen zal toenemen wanneer de waterkrachtcentrale bij Itaipu (12,6 mln. kW) in de Parana gereed is. In samenwerking met Argentinië zijn de waterkrachtcentrales Corpus en Yacireta gepland. De elektriciteitsproduktie bedroeg in 1975 592 mln. kWh.
Mijnbouw. Zout en kalksteen zijn de belangrijkste delfstoffen die worden gewonnen.
Mangaan-, koper-en ijzerertsvoorraden zijn gezien de transportmoeilijkheden nog niet in commerciële exploitatie. Concessies voor aardolie-exploitatie zijn uitgegeven.
Industrie. De industrie is m.n. gebaseerd op de verwerking van agrarische grondstoffen. De belangrijkste industrieën zijn de vleesverwerking en de chemische nijverheid (de verwerking van plantaardige oliën). Levensmiddelenindustrieën worden belangrijk. Verder is er cementfabricage. Met uitzondering van de houten vleesindustrie is de industriële produktie bestemd voor de binnenlandse markt.
Aandeel industrie in het BNP is 18,7 %. Handel. In 1977 was de handelsbalans positief; een verbetering na vele jaren van grote tekorten. De export omvat vleesprodukten, tabak, hout en oliën. Import: voedselprodukten, transportmaterieel, machines, chemicaliën, brandstoffen.
Verkeer. De ontwikkeling van de economie wordt gehinderd door slechte transportmogelijkheden. Er wordt gewerkt aan de aanleg en verbetering van de wegen. Totale lengte wegennet 8477 km (waarvan 905 km geasfalteerd). Asunción is het belangrijkste verkeersknooppunt. De belangrijkste spoorweg is die van Encarnación (440 km). In de Chaco Boreal bestaan enige particuliere spoorlijnen voor houttransport.
Vrijwel de gehele import en ca. 33 % van de export worden verhandeld via de haven van Asunción. Paraguay bezit vrijhavenrechten in Buenos Aires, Santos, Paranagua en in Antofagasta. Twee vliegvelden kunnen straalvliegtuigen ontvangen. Bij Asunción wordt een nieuwe luchthaven gebouwd.
STAATSINRICHTING
Bestuur. Volgens de grondwet van 1967 is Paraguay een presidentiële republiek. De president wordt gekozen voor 5 jaar. Hij benoemt de ministers en de leden van de staatsraad (Consejo del Estado). De wetgevende macht berust bij het Congres, bestaande uit een Senaat (30 leden) en een Huis van Afgevaardigden (60 leden), door het volk voor 5 jaar gekozen. Er is stemplicht voor 18-jarigen en ouder.
Rechtspraak. De rechterlijke macht wordt uitgeoefend door het Hoge Gerechtshof te Asunción, dat vijf leden telt. In zes departementen zijn rechtbanken, die straf-, civiele en handelszaken behandelen. Er zijn speciale hoven van appèl voor alle zaken. Munt. De munteenheid is de guarani (G), onderverdeeld in 100 céntimos. De koers was op 1.3.1979 1 G = f 1,45 = BF 21.
Onderwijs. In de steden is leerplicht van 7-14 jaar; op het land van 9-14 jaar. Onderwijs is gratis. Er zijn te weinig scholen (51 scholen voor beroepsonderwijs, 1 landbouwschool, 1 hogeschool voor ingenieurs, 2 universiteiten te Asunción). Ter bestrijding van het analfabetisme op het platteland ondersteunt de UNESCO aanvullende onderwijsprogramma’s.
Defensie. Er is dienstplicht met de eerste oefening (2 jaar) tussen 18-20 jaar. Het leger heeft 12500 man in dienst en heeft o.a. negen mediumen zes lichte tanks. De marine (2000 man) heeft 15 patrouillevaartuigen, een landingsvaartuig voor tanks, vier helikopters en twee gevechtsvliegtuigen. De luchtmacht (2500 man) beschikt over een parachutistenbataljon, 12 gevechtstoestellen, 21 transporttoestellen, 17 helikopters. Paramilitairen: 4000 man veiligheidstroepen.
LITT. A.Taylor, Focus on South America (1973); Statistik des Auslandes, Landerkurzbericht, Paraguay (1978).
CULTUUR
Litteratuur. Van een Paraguayaanse litteratuur is eigenlijk nauwelijks sprake. Dit is veelal een gevolg van de sociaal-economische situatie in het land en de politieke onderdrukking. Hierdoor zijn de weinige schrijvers die in Paraguay geboren zijn in het buitenland woonachtig. De eigen litteratuur die zich niettemin in het land heeft ontwikkeld, is slechts tot enkele namen beperkt. Twee Spaanse immigranten hebben daarbij vooral een stimulerende rol gespeeld, Rafael Barrett (*1874, ♱1910) en Josefina Pla (*1909).
Vooral onder invloed van de laatste zijn er enkele schrijvers naar voren gekomen die zich sterk met de Paraguayaanse geschiedenis en met de beschrijving van de uitbuiting bezighouden. Deze schrijvers, die ook buiten hun land bekendheid genieten, zijn de dichter Elvio Romero (*1926), wiens poëzie een felle aanklacht vormt tegen de onderdrukking en de dictatuur, en vooral Augusto Roa Bastos, wiens romans en verhalen vanuit een magisch-realistische visie het verleden en heden van Paraguay weergeven, waarbij hij gebruik maakt van Indiaanse mythen en legenden. De bekendste jongere auteurs die deze nog prille traditie voortzetten zijn Roque Vallejos (*1943) en Lincoln Silva (*1943).
LITT. R.Bareiro Saguier, Situación de la literatura paraguaya contemporanea (1967); H.Rodriguez Alcala, La literatura paraguaya (1968).
GESCHIEDENIS
Paraguay als Spaanse kolonie. Juan Diaz de Solls bevoer als eerste Spanjaard de Paraguay en de Parana (1515). Hedendaags Paraguayaans grondgebied werd voor het eerst betreden door een expeditie onder leiding van Alejo Garcia (ca.1525). Sebastian Caboto onderzocht het gebied tussen 152730. Juan de Salazar de Espinosa, lid van de expeditie van Pedro de Mendoza, stichtte de huidige hoofdstad Asunción in 1537.
Hoewel Paraguay deel uitmaakte van het onderkoningschap van Peru, werd het land praktisch bestuurd door de jezuïeten. Van 1608 tot hun verdrijving in 1767 stichtten zij o.a. de kolonies (reducciones), waar ca. 150000 Guarani-Indianen een gemeenschappelijke ontwikkeling kregen op basis van een soort socialisme. Van 1776-1811 was Paraguay deel van het onderkoningschap van Rio de la Plata. Onafhankelijkheid. In 1811 verklaarde Paraguay zich onafhankelijk van Spanje en Argentinië. Van 1814-40 werd het land geregeerd door José Gaspar Rodriguez de Francia, die Paraguay volledig isoleerde.
Hij werd opgevolgd door Carlos Antonio López, die het land weer openstelde voor buitenlandse handel. Hij werd op zijn beurt opgevolgd door zijn zoon Francisco Solano López (1862-70), die Paraguay in een desastreuze oorlog tegen Argentinië, Brazilië en Uruguay stortte (1865-70). In deze oorlog vond meer dan 80 % van de Paraguyaaen de dood. Het herstel kwam uiterst langzaam op gang en werd bemoeilijkt door vele revoluties. Iets beter ging het pas onder Elegio Alaya (1924-28), toen de export naar Groot-Brittannië, de VS en Argentinië sterk toenam. Van 1932-35 was het land ander Eusebio Alaya echter verwikkeld in de Chaco Oorlog met Bolivia.
Als reactie daarop werd Alaya afgezet en in 1936 vervangen door Rafael Franco, die een regime naar fascistisch model voerde. Ook hij werd af gezet en opgevolgd door Félix Paiva (1937-39), op zijn beurt opgevolgd door José Félix Estigarribia (1939-40).
Paraguay sinds 1940. In de Tweede Wereldoorlog koos Paraguay de zijde van de Geallieerden. Van 1940-48 stond het land onder de gematigde dictatuur van Higinio Morinigo, die werd opgevolgd door Juan Natalicio Gonzalez. Van 1950-54 was Federico Chavez president; hij werd afgezet door een militaire junta, en de verkiezingen van 1954 trachten een overwinning voor generaal Alfredo Stroessner, die in 1978 voor de zesde maal werd verkozen.
In 1880 waren de twee belangrijkste politieke partijen ontstaan, die Paraguay aanvankelijk afwislslend regeerden: de (eertijdsprogressieve) Colorado Partij en de (conservatieve) Liberale Partij. Sinds 1940 is de Colorado Partij echter oppermachtig. Alle personen in overheidsdienst, evenals artsen en onderwijzers, zijn verplicht lid. De oppositie krijgt weinig of geen kansen. Stroessner regeert het land als een groot persoonlijk bezit en steunt steeds sterker op een samenwerking tussen de traditionele grootgrondbezitters en de militaire elite. In 1969 kwam de regering in conflict met de Rooms-Katholieke Kerk rond de problematiek van de politieke gevangenen.
In 1975—76 werden 180 door de Kerk gesteunde agrarische bonden ontmanteld, uit angst voor politieke bewustwording van de boerenbevolking. In jan. 1977 sloten de twee grootste oppositiepartijen zich aaneen tot de Verenigde Liberale Partij (Partido Liberal Unido).
LITT. G.Pendle, Paraguay, a riverside nation (1954); R.E.Velazquez, El Paraguay en 1811 (1960); E.Cardozo, Apuntes de historia cultural del Paraguay (2 dln. 1963); E.Cardozo, Breve historia del Paraguay (1965); M.Mörner, Actividades politicas y económicas de los jesuitos en el Rio de la Plata (1968); J.Pincus, The economy of Paraguay (1968); M.Gonzalez Viera, Paraguay frente al futuro (1972); C.J.Kolinski, Historical dictionary of Paraguay (1973); G.Phelps, Tragedy of Paraguay (1975); R.Arens (red.), Genocide in Paraguay (1976).