Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 24-06-2020

lezen

betekenis & definitie

(las, heeft gelezen),

1. (met betrekking tot wat geschreven of gedrukt is) de lettertekens met de ogen als het ware samenvoegen en in woorden omzetten; kennis nemen van de inhoud van iets dat geschreven of gedrukt is: een boek, de krant klassieke auteurs —; (abs.) kunnen —, schrifttekens weten te ontcijferen; het lijkt wel of de mensen niet meer kunnen —, gezegd als iets dat ergens duidelijk staat niet of verkeerd begrepen wordt; (zegsw.) dit kan

en schrijven, gezegd van een kledingof meubelstuk dat lange tijd goede diensten heeft gedaan en nog overal tegen kan; als ontspanning: houd je van -?; (fig. zegsw.) het is duister te in andermans boeken of andermans boeken zijn duister te het valt moeilijk de omstandigheden, bedoelingen, m.n. de financiële toestand van een ander te doorgronden; men leze, of lees, ter aanduiding van een verbetering: Boulonge: lees Boulogne; tussen de regels door -, uit de inhoud of de wijze van zeggen iets opmaken, wat niet uitdrukkelijk vermeld is; (met subjectsverwisseling) zich laten lezen: die gotische letters niet prettig; dat boek leest als een roman;

2. proeven nazien en corrigeren: zijn deze paginas reeds gelezen?;
3. voorlezen, m.n. uit de bijbel: voor het eten wordt er gelezen; wie leest vanavond?, wie vervult de leesof spreekbeurt?; iemand de les, de levieten -, hem flink over iets onderhouden, streng berispen;
4. (de) mis —, mis doen, m.n. zonder zang opdragen (gelezen of stille mis);
5. opmaken, begrijpen uit wat men leest: wat lees jij uit deze zin?;
6. opmerken, te weten komen, gewaarworden: uit de sterren —; iemands kaarten hem de toekomst voorspellen; dat staat in zijn ogen te —; in iemands ziel -, zijn gedachten en voornemens doorgronden; iemands gedachten raden wat hij denkt;
7. (vero.) verzamelen, inzamelen: kruiden, aren, hout —;
8. uitzoeken, uit een hoeveelheid de slechte exemplaren halen: erwten, koffiebonen —;
9. interpreteren, verklaren: kaart kunnen —, een tekening kunnen