Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 24-06-2020

2020-06-24

lekker

betekenis & definitie

bn. en bw. (-der, -st),

1. aangenaam van smaak: hij houdt van een lekkere schotel; een hapje; lekkere honger, trek in iets lekkers; als predik. attr.: dat meisje kan — koken; (zegsw.) — is maar een vinger lang, d.i. zolang als het op de tong ligt (die een vinger lang is); in strikt subjectieve zin van wat bij iemand een aangename smaakgewaarwording teweegbrengt: de een vindt vis -, de ander walgt ervan; hoe kun je zo iets — vinden?; (bw.) — eten, met smaak, of wel: fijne spijzen eten; (gemeenz.jeetze -, eet smakelijk; (zelfst.)iets lekkers, dat aangenaam is om te eten;
2. aangenaam voor de reuk: wat ruikt die bloem -; een lekkere geur;
3. wat het gehele gevoel aangenaam aandoet: een bad; het is weer; ik zit hier -; de zon schijnt -;
4. aangenaam, prettig, behaaglijk: de muur hangt — vol; lopen (van een paard), goed en gehoorzaam lopen;
5. (van personen) een prettige indruk makend: een lekkere dikkerd; ook in liefkozende uitdr. jij bent moeders — diertje; een lekkere meid, een lekkere knul, die er aantrekkelijk uitzien;
6. begerig, belust: iemand maken (op iets);
7. (ironisch) onaangenaam, beroerd: het is me een lekkere jongen, ik weet er alles van!; dat ziet er hier — uit!; die is die is tegen de lamp gelopen, (ook) bevindt zich in een netelige positie;
8. gezond, plezierig: ik voel mij niet erg —; je bent niet —, niet goed snik; (zegsw.) zo als kip; 9. (bw.) in hoge mate: ik dank je —; ik dank je er feestelijk voor, ik doe het niet;
10. ter uitdrukking van genoegen, m.n. van leedvermaak: hij is er ingelopen; nu heb je je verdiende loon!