Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 24-06-2020

lat

betekenis & definitie

v./m. (-ten),

1. lang, dun en smal stuk hout: de latten van een hekje, van jaloezieën; m.n. die welke op de ribben van een dak worden gespijkerd (panlatten); (zegsw.) hij hangt aan de latten, hij staat op het punt bankroet te gaan; (fig.) van de krijgen, ervanlangs krijgen; op de (d.i. kerfstok) halen, op krediet; (scheepsbouw) lang, dun en smal hout of ijzer; (sport) dwarslat van een doel: de bal kwam tegen de onder de staan, in het doel; de lange latten, skis; meetlat: wij moesten allemaal onder de
2. scherts, ben. voor een dun lang mens;
3. Deventer latten, lange smalle en dunne Deventer koek; (gew.) chocoladereep.