Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 24-06-2020

Lam Gods

betekenis & definitie

(Lat. -→-Agnus Dei), een van de meest voorkomende motieven uit de christelijke symboliek, waarvan de oorsprong te zoeken is in OT en NT. Vooral de woorden van Johannes de Doper: Zie het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt’ (Joh.1,29) hebben de verbreiding van dit symbool beïnvloed.

Sinds keizer Constantijn de Grote (306-337) stelt het Lam Gods dikwijls Christus zelf voor als symbool van zijn in stille overgave aanvaarde offerdood (Hand.8,32; 1 Kor.5,7) en tevens van zijn opstanding. Het Lam Gods wordt dan meestal afgebeeld liggend of staande op een altaar, het hoofd omgeven door een kruisnimbus, soms met de kruisstaf of kruisvaan tussen de poten. Uit de wonde aan zijn borst vloeit bloed dat in een kelk wordt opgevangen (b.v. De aanbidding van het Lam, door de gebroeders Van Eyck, in de SintBaafskerk te Gent). Vaak wordt het Lam Gods ook geplaatst op een berg, waar de vier paradijsstromen (evangeliën) ontspringen en naar de vier wereldstreken uitgaan. Een verdere stap in de ontwikkeling van de idee om het Lam Gods met het kruis te verbinden, vindt men in de voorstelling van een lam aan de voet van het kruis (mozaïek in het Vaticaan) of op het kruis zelf (perikopenboek, 11e eeuw, Berlijn), later meestal aangebracht op de achterzijde van kruisbeelden. Andere afbeeldingen tonen het mystieke Lam Gods met de zeven ogen en de zeven horens (Openb.5) dat het boek met de zeven sloten opent, omringd door de vier dieren, de ouderlingen en de engelen (o.a. mozarabische handschriften van Beatus de Liébana, 10e-11e eeuw, Madrid).In de heraldiek wordt het Lam Gods doorgaans afgebeeld als een (zilveren) stappend lam, met zijn kop naar achteren gedraaid, en in de gekromde rechtervoorpoot een kruisvaan, veelal met twee slippen (b.v. in het wapen van de vm. gemeente Velsen). In de middeleeuwen komt het embleem in geslachtswapens voor als een teken van het handhaven van vrederecht. LITT. A.Pigler, Barockthemen (1956); L.Réau, Iconographie de l’art chrétien (2 dln. 1957); J.J. M.Timmers, Christ. symboliek en iconografie (2e dr. 1974).