Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 27-06-2020

Jan

betekenis & definitie

m. (-nen), verkorte mannennaam uit Johannes, gedragen door o.m. verscheidene vorsten (e); — en alleman, iedereen; beter blode — dan dode —, beter voorzichtig dan roekeloos; in samenst.: — Boezeroen, de arbeider -Jongens van de Witt, flinke jongens; — met de pet, de arbeider, de kleine man; —, Piet en Klaas, iedereen; -, Piet of Klaas, zomaar iemand; — Publiek, het grote publiek; — Rap en zijn maat, schorriemorrie; Soldaat, de gewone soldaat; Jan(tje) Precies of Secuur, een pietluttig iemand; boven zijn, de grootste moeilijkheden te boven zijn, (ook) binnen zijn, zijn schaapjes op het droge hebben.

BOHEMEN Jan de Blinde, →Jan de Blinde, LUXEMBURG. BOURGONDIË Jan zonder Vrees, hertog van Bourgondië (1404-

19), graaf van Vlaanderen en Artois, *28.5.1371 Dijon, ♱(verm.) 10.9.1419 Montereau; zoon van hertog Filips de Stoute van Bourgondië en Margareta van Vlaanderen, wier bezittingen hij in 1405 erfde. Jan sloot in 1405 met zijn broer Ariton van Brabant en zijn zwager Willem vi van Holland een familieverdrag, waarna hij zich ging mengen in de machtsstrijd rond de Franse troon. Hij liet Lodewijk van Orléans, broer van de Franse koning Karel VI, in 1407 vermoorden, waarna hij Parijs in zijn macht kreeg. Er ontstond een oppositie van Zuidfranse edelen onder leiding van Bernard van Armagnac (Verbond van Gien, 1410), waarna een burgeroorlog uitbrak tussen de →Armagnacs en de →Bourguignons (de aanhangers van Jan). Jan moest in 1414 vrede sluiten. Bij de Engelse successen in de Honderdjarige Oorlog (Slag bij Azincourt, 1415) verdedigde hij Frankrijk niet. In 1418 heroverde hij Parijs, waar hij een schrikbewind voerde. De Engelse opmars noopte hem echter tot een compromis met Karel VI. Tijdens een ontmoeting met diens zoon Karel (II), werd Jan te Montereau op de brug over de Yonne vermoord.

LITT. R.Vaughan, John the Fearless (1966).

BRABANT Jan I, hertog van Brabant (1261—94), *ca.l254, ♱3. 5.1294Bar;tweede zoon van Hendrik III.Jan stond tot 1268 onder regentschap. Hij was een krachtig heerser en breidde zijn gebied aanzienlijk uit. Zijn belangrijkste aanwinst, bevestigd door de Slag bij Woeringen (1288), was Limburg dat tot op het einde van de 18e eeuw met Brabant verbonden zou blijven. Jan verdedigde de economische belangen van de steden tussen Maas en Rijn. Hij beschermde kunstenaars en dichters en is vrijwel zeker de auteur van vijf hoofse minneliederen, die slechts in Hoogduitse vertaling bewaard zijn gebleven in het Manessische Liederhandschrift. Jan verongelukte op een toernooi. Uitgave: door N.de Paepe (in: Ik zag nooit zo roden mond, 1970).

LITT. P.C.Boeren, Een Ned. wacht aan de Rijn. Jan I van Brabant (1946).

Jan II, hertog van Brabant (1294-1312), *1275, ♱l7. 10.1312; zoon van Jan I; gehuwd met de Engelse prinses Margareta van York. Jans goede betrekkingen met Engeland verzekerden voor de Brabantse steden de aanvoer van Engelse wol. In de twist tussen Gwijde van Dampierre, de graaf van Vlaanderen, en koning Filips de Schone van Frankrijk voerde Jan een neutraliteitspolitiek. De daling van de hertogelijke inkomsten bracht voor Jan een beperking van zijn macht mee. Hij moest bij de Keur van Kortenberg (27.9.1312) grote concessies doen aan de standen, die hierdoor politieke macht kregen. LITT. J.van der Straeten, Het Charter en de Raad van Kortenberg (2 dln. 1952).

Jan III, hertog van Brabant (1312-55), *ca,1295, ♱5. 12.1355; enige zoon van Jan II. Jan zette aanvankelijk de politiek van de Brabantse hertogen voort en veroverde een aantal steunpunten langs de Maas. Hij wist de aanvankelijk vijandige Franse koning Karel IV aan zich te binden. In de Honderdjarige Oorlog ging hij echter over naar de Engelse kant in ruil voor grote economische concessies aan de Brabantse steden en de belofte dat Engelse wol via Antwerpen zou worden ingevoerd. Met het Luxemburgse Huis bereikte hij een verzoening, toen hij door de Gouden Bul (1349) zijn hertogdom vrij kon maken van alle buitenlandse rechtspraak. Door het Waalse en het Vlaamse charter werd de binnenlandse hertogelijke macht verder beperkt (1314).

LITT. H.S.Lucas, John III, duke of Brabant, and the French alliance (1928).

Jan IV, hertog van Brabant (1415—27), *11.1.1403 Atrecht, ♱l7.4.1427 Brussel; oudste zoon van Anton van Bourgondië. Jan stond onder regentschap tot 1418 en huwde toen →Jakoba van Beieren, die hem in 1420 verliet wegens zijn verwaarlozing van haar belangen als gravin van Holland en Zeeland. In Brabant mislukte Jans centralisatiebeleid door verzet van de standen, die in 1422 meer bestuursinvloed kregen. Jan werd in 1425 als graaf erkend in Henegouwen, en in Holland en Zeeland door de Kabeljauwen. In de laatste twee gewesten kon Jan echter geen orde scheppen, zodat hij er Filips de Goede van Bourgondië tot ruwaard benoemde. In hetzelfde jaar (1425) stichtte Jan de universiteit van Leuven.

CASTILIË Jan (Juan) I, koning van Castilië (1379—90), *1358, ♱9.10.1390 Alcala; zoon van Hendrik II. Jan wist in 1381 een Engelse invasie vanuit Portugal af te slaan en trachtte vervolgens Portugal te annexeren. Hij huwde Beatrice, dochter van Ferdinand van Portugal (♱1383), en riep zichzelf in 1385 uit tot koning van Portugal. Hij werd echter beslissend verslagen door Jan I van Portugal bij Aljubarrota. De voortdurende oorlogen dwongen hem tot aanzienlijke concessies aan de Cortes.

Jan II, koning van Castilië (1406-54), *1405 Toro, ♱21.7.1454 Valladolid; zoon van Hendrik III. Jan stond tot 1419 onder regentschap van zijn moeder Catharina van Lancaster en zijn oom Ferdinand I van Aragon. Na 1419 stond hij onder invloed van een gunsteling, Alvaro de →Luna. Zijn hof werd een centrum van cultuur, maar het land viel ten prooi aan burgeroorlogen tussen de adellijke families. In 1447 huwde hij Isabella van Portugal, die een einde maakte aan de invloed van de hovelingen (1453).

ENGELAND Jan zonder land (John Lackland), koning van Engeland (1199-1216), *24.12.1167 Oxford, ♱18.19.10. 1216 Newark; jongste zoon van Hendrik n en Eleonora van Aquitanië. Zijn vader schonk hem, in tegenstelling tot zijn broers, geen deel van de Plantagenet-bezittingen in Frankrijk. Hieraan ontleent Jan waarschijnlijk zijn bijnaam. Als gouverneur van Ierland (1177) bleek Jan ongeschikt. Toen zijn broer, koning Richard Leeuwenhart, in 1190 op kruistocht ging, maakte Jan van de gelegenheid gebruik om te intrigeren en de opvolging voor zich veilig te stellen. Richard ging hiermee tenslotte akkoord en na zijn dood (1199) volgde Jan hem op in Engeland en Normandië.

In de rest van de Engelse bezittingen in Frankrijk had hij te maken met ernstige concurrentie van zijn neef Arthur van Bretagne. Om het Franse verzet te breken huwde hij Isabella van Angoulême, die verloofd was met Hugo IX van Lusignan. Deze laatste kreeg ter compensatie van Jan het graafschap Marche. De Franse koning Filips II August, leenheer van Jan, riep Jan hiervoor ter verantwoording. Toen deze weigerde te verschijnen werd hij van al zijn Franse lenen vervallen verklaard. Er volgde een strijd, waarin Jan Arthur van Bretagne vermoordde, maar in 1204 al zijn bezittingen op het continent verloor, met uitzondering van Aquitanië en enkele delen van Poitou.

Door de benoeming van Stephen Langton tot aartsbisschop van Canterbury (1206) kwam Jan vervolgens in conflict met paus Innocentius III, die Engeland onder een interdict legde (1208), Jan in de ban deed (1209) en hem van de troon vervallen verklaarde ten gunste van Filips n August. Jan omzeilde dit probleem door de paus als leenheer te erkennen en ging tot de tegenaanval over. Hij werd echter met zijn bondgenoten, de Duitse keizer Otto IV en de Vlaamse graaf Ferrand van Portugal, door Filips II verslagen in de slag bij Bouvines (1214). De Engelse edelen dwongen Jan daarop in 1215 de →Magna Charta af; de paus verklaarde echter deze akte nietig en excommuniceerde de opstandige edelen. Dezen riepen tenslotte de Franse kroonprins Lodewijk uit tot koning van Engeland. Toen deze in 1216 zijn intocht deed in Londen, week Jan uit naar het noorden.

Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hendrik m. LITT. W.L.Warren, King John (2e dr. 1964).

FRANKRIJK Jan II de Goede, koning van Frankrijk (1350-64), *26.4.1319 bij Mans, ♱8.4.1364 Londen; oudste zoon van Filips VI, die hij opvolgde. Jan had van het begin af aan conflicten met de adel. Tijdens de Honderdjarige Oorlog werd Jan bij Poitiers verslagen en door de Engelsen gevangengenomen (1356). Tijdens zijn verblijf in Engeland heerste er in Frankrijk onder de dauphin (de latere Karel V) een chaotische toestand. Na de Vrede van Brétigny (1360) werd Jan vrijgelaten tegen een losgeld van 3 mln. kronen. Toen bleek dat dit bedrag niet opgebracht kon worden, begaf Jan zich in 1364 terug naar Engeland.

In 1363 had hij Bourgondië aan zijn zoon Filips de Stoute geschonken, waarmee de grondslag werd gelegd van de Bourgondische staat. HENEGOUWEN Jan I, graaf van Henegouwen, →Avesnes, Jan I van. KAMERIJK Jan van Bourgondië, bisschop van Kamerijk (1439— 79), *(kort voor?) 1419, ♱14.4.1479 Mechelen; bastaardzoon van de Bourgondische hertog Jan zonder Vrees. Jan werd in 1439 door toedoen van hertog Filips de Goede van Bourgondië tot bisschop van Kamerijk gekozen, maar verbleef meestal aan het Bourgondische hof. Zijn benoeming tot aartsbisschop van Trier (1446) vond wegens krachtig verzet tegen de Bourgondische invloed in het Duitse Rijk geen doorgang.

LUIK Jan van Beieren, elect-bisschop van Luik (1389 — 1418), ruwaard van Holland en Zeeland (1419—25), *1373 Le Quesnoy, ♱(door vergif) 6.1.1425 ‘s-Gravenhage; zoon van graaf Albrecht van Holland, Zeeland en Henegouwen. Jan van Beieren was meer soldaat dan geestelijke en kwam door zijn autoritair optreden in botsing met de steden van het bisdom, die hem in 1406 voor afgezet verklaarden. Hij herwon zijn gezag met hulp van Willem vi van Holland en Jan zonder Vrees van Bourgondië. Een ware terreur gaf hem de bijnaam Jean sans pitié. Na de dood van Willem VI (1417) trad hij met toestemming van de paus uit de geestelijke stand, deed afstand van zijn bisdom en trouwde met Elisabeth van Görlitz, hertogin van Luxemburg. Hij maakte aanspraak op Holland in 1417 (→Jakoba van Beieren) en slaagde erin, gesteund door de Kabeljauwse partij, zijn gezag als ruwaard over het hele graafschap te doen erkennen. Hij overleed kinderloos; zijn aanspraken gingen over op Filips de Goede van Bourgondië.

LITT. F.Schneider, Herzog Johann von Baiern (1913).

Jan van Heinsberg, prins-bisschop van Luik (1419— 55), *1397, ♱18.10.1459 Kuringen. Jan van Heinsberg ontnam de gilden het recht de magistraat van Luik te verkiezen (1424). Deze maatregel en zijn voorkeur voor Bourgondië maakten hem weinig populair. Het uitlekken van geheime onderhandelingen met Frankrijk gaf Filips de Goede van Bourgondië aanleiding Jan te dwingen afstand te doen ten voordele van Lodewijk van Bourbon.

Jan van Hoorne, prins-bisschop van Luik (1484— 1505), ♱l8.12.1505 Maastricht. Willem van der Mark, de tegenstander van Jan van Hoorne en van diens voorganger Lodewijk van Bourbon, werd met Jans medeweten door de Bourgondiërs terechtgesteld, hetgeen een anti-Bourgondische opstand ten gevolge had. In 1492 werd Jan gedwongen zich te verzoenen met Everhard van der Mark en diens familie, en werd de eeuwige neutraliteit van Luik uitgeroepen.

LUXEMBURG Jan, prins van Luxemburg, *15.5.1957 Luxemburg; tweede zoon van groothertog Jan van Luxemburg en prinses Joséphine Charlotte van België, tweelingbroer van Margareta.

Jan Benoit Marie Robert Louis Antoine Adolphe Marc d’Aviano, prins van Nassau, prins van Bourbon-Parma, groothertog van Luxemburg (1964—), *5.1.1921 kasteel Berg (Luxemburg); oudste zoon van groothertog Charlotte van Luxemburg en prins Felix van Bourbon-Parma. Jan trouwde in 1953 met prinses Joséphine Charlotte van België. Op 12.11. 1964 volgde hij zijn moeder op als staatshoofd.

Jan de Blinde, graaf van Luxemburg (1309—46) en koning van Bohemen (1310—46), *10.8.1296, ♱(gesn.) 26.8.1346 Crécy; zoon van keizer Hendrik VII, die hem het graafschap Luxemburg af stond, en van Margareta van Brabant. Jan de Blinde was een trouw bondgenoot van Frankrijk en voerde van 1324-34 strijd tegen Jan lil van Brabant, de voornaamste medestander van Engeland in de Nederlanden tijdens het voorspel van de Honderdjarige Oorlog. Door zijn huwelijk met Elisabeth, erfdochter van Bohemen verkreeg hij dit koninkrijk dat hij uitbreidde door Polen tot afstand van Silezië te dwingen. In 1330—33 poogde hij ook, te hulp geroepen door het belegerde Brescia en met steun van de paus zijn gezag aan Lombardije op te leggen, maar dit mislukte. Hij sneuvelde in de Franse rangen in de Slag bij Crécy.

LITT. R.Cazelles, Jean l’Aveugle (1947).

NASSAU Jan VI de Oude, graaf van Nassau-Dillenburg-Katzenelnbogen, Vianden en Dietz, *22.11.1535 Dillenburg, ♱8.10.1606 Dillenburg; oudste broer van prins Willem van Oranje. Jan VI erfde in 1559 de Nassause goederen en steunde tijdens de Tachtigjarige Oorlog zijn broer Willem. Hij was aanvankelijk luthers maar ging in 1572 naar het calvinisme over. Jan VI kwam in 1577 naar de Nederlanden en werd in 1578 door de landvoogd Mathias van Oostenrijk tot stadhouder van Gelderland benoemd, waar hij met militaire dwang het calvinisme invoerde. Hij voerde namens de prins de onderhandelingen die tot de Unie van Utrecht (→Utrecht, Unie van) leidden. Jan VI was het niet eens met de Fransgezinde politiek van Willem.

In Gelderland ondervond hij moeilijkheden met de rooms-katholieken en in 1580 vertrok hij naar Dillenburg. Zijn zoon Willem Lodewijk bleef. Jan de Oude was driemaal gehuwd en had 25 kinderen. Hij is de stamvader van het regerend vorstenhuis van Nederland (→Nassau). LiTT. P.J.Blok, Jan van Nassau (in: Verspreide studiën, 1903); H.A.Enno van Gelder, Revolutionaire Reformatie (1943); R.Glawischnig, Niederlande, Kalvinismus und Reichsgrafenstand 1559— 84, Nassau-Dillenburg unter Graf Johann VI (1973).

NEDERLANDEN Jan van Oostenrijk (Don Juan d’Austria), Spaans officier en staatsman, landvoogd der Nederlanden (1576-78), *24.2.1547 Regensburg, ♱l.10.1578 bij Namen; bastaard van Karel V. Jan van Oostenrijk streefde naar handhaving van de Spaanse wereldmacht en die van de Rooms-Katholieke Kerk. In 1570 onderdrukte hij een Moorse opstand in Granada en in 1571 behaalde hij als opperbevelhebber van een Spaans-Venetiaanse vloot de overwinning op de Turken bij Lepanto. In 1576 werd hij benoemd tot landvoogd der Nederlanden. Hij erkende in 1577 het →Eeuwig Edict. Toen daarover problemen ontstonden, veroverde hij Namen en riep de Spaanse troepen, die volgens zijn belofte de Nederlanden zou verlaten, terug.

Na enige aarzeling zetten de Staten-Generaal hem op aandrang van Willem van Oranje af. In de daaropvolgende strijd werd Jan in 1578 verslagen door de Staatse troepen.

LITT. F.H.M.Huybers, Don Juan van Oostenrijk (2 dln. 1913-14); H.Cambon, Don Juan d’Autriche (1952).

POLEN Jan I Albrecht, koning van Polen (1492-1501), *1459 Krakow, ♱1501 Torur; uit het huis der Jagellonen. Jan i Albrecht werd na de dood van zijn vader, Kazimir iv tot koning gekozen. Onder zijn regering nam de invloed van de adel verder toe. Zijn buitenlandse politiek, die erop gericht was Polen tot aan de Zwarte Zee uit te breiden, was weinig succesvol: de nederlaag die zijn leger in Moldavië leed (1497), betekende tevens het einde van zijn plannen om het koninklijk gezag te versterken.

Jan II Kazimir, koning van Polen (1648-68), *21.3. 1609, ♱16.12.1672 Nevers; zoon van Sigismund lIl. Jan II Kazimir werd kardinaal, maar trad met toestemming van de paus uit de geestelijke stand. Hij werd na de dood van zijn stiefbroer Wladislaw, met wiens weduwe hij trouwde, tot koning gekozen. Tijdens zijn regering gingen de Oekraïne en Lijfland voor Polen verloren. In 1668 deed hij afstand van de troon en vestigde zich in Frankrijk. Met hem eindigde de dynastie der Poolse Wasas.

Jan III Sobiesky, koning van Polen (167494), *2. 6.1624 Olesko (Galicië), ♱17.6.1696 Wilanow. Als kastelein van Krakau vocht hij in de Zweedse en de Turkse Oorlog. Zijn aanvankelijk Fransgezinde politiek wijzigde hij na 1680 in een pro-Oostenrijkse, teneinde het Turkse gevaar beter te kunnen bestrijden. De nederlagen die hij de Turken toebracht, vestigden zijn roem als veldheer. Jan 111 wiens zoon een Habsburgse prinses huwde, trachtte daarna, met Oostenrijkse hulp, de positie van het Poolse koningschap te versterken, m.n. door het in zijn geslacht erfelijk te maken. De spanningen in eigen familie en de tegenwerking van de almachtige Poolse adel deden deze pogingen mislukken.

LITT. O.Forst de Battaglia, Johann III Sobiesky (1946).

PORTUGAL LITT. C.A.Rutgers, Jan van Arkel, bisschop van Utrecht (1970).