Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 27-09-2020

2020-09-27

Hebreeuws

betekenis & definitie

I. bn., van, behorend tot de Hebreeërs: het Hebreeuwse volk; de Hebreeuwse taal, letters;

II. zn. o., de taal van de Israëlieten; het schrift daarvan; (fig.) dat is voor mij, ik begrijp er niets van.

(e) Het Hebreeuws behoort tot de Noordsemitische talen en wel tot de Kanaanitische taalgroep. Met alle Semitische talen heeft het Hebreeuws de stamvorming van het werkwoord gemeen. Ook onderscheiden de Semitische talen zich door rijkdom aan gutturale en emfatische medeklinkers, terwijl de klinkers slechts een zeer beperkte rol spelen. Dit blijkt ook uit het feit, dat zij niet geschreven worden en geen eigen tekens in het alfabet hebben. Voor het Hebreeuws werd in de 8e eeuw n.C. een klinkersysteem ontworpen, dat met tekens onder en boven de letters wordt aangegeven. Het Hebreeuws werd in Kanaän reeds gesproken vóór de komst van de Israëlitische stammen en door deze overgenomen.

Als litteraire taal heeft het van ca.1000 v.C. tot heden een onafgebroken bestaan geleid. Het Hebreeuws wordt geschreven met het Semitische alfabet, zoals dit ook door de Moabieten, Feniciërs en Arameeërs werd gebruikt. Later ontwikkelde dit schrift zich tot het nu gebruikte vierkante schrift (kwadraatschrift), waaruit weer lokaal verschillende cursieve schrijfschriften zijn ontstaan.

Het bijbelse Hebreeuws bleef in gebruik tot de Babylonische ballingschap (6e eeuw v.C.), daarna werd het steeds meer als spreektaal door het Aramees verdrongen. Een nieuwe ontwikkeling maakte het Hebreeuws door in de tijd van de →misjna (ca. 200 n.C.), waarin vele nieuwe woorden en begrippen uit het Grieks, Latijn en Aramees in de taal werden opgenomen. In de middeleeuwen, vooral in het islamitische Spanje, onderging het Hebreeuws nog veel invloed van het Arabisch.

Na vele eeuwen als sacrale en geleerdentaal van de joden gefungeerd te hebben, werd het Hebreeuws in de tweede helft van de 19e eeuw door de →Haskalah en later het →zionisme nieuw leven ingeblazen. Er verschenen romans en tijdschriften in het moderne Hebreeuws, dat meestal Iwriet wordt genoemd, en in de joodse nederzettingen in Palestina werd het Hebreeuws als spreektaal ingevoerd. In de staat Israël is het Hebreeuws tot een normale levende taal uitgegroeid, die zoals alle talen voortdurend aan verandering onderhevig is.

LITT. Woordenboeken: M.Gross, Neues hebraïsch-deutsches Wörterbuch (1940); R.Alcalay, The complete Hebrew-English dictionary (4 dln. 1964—65). Grammaticas: I.A.Reif en H.Levinson, Hebrew basic course (1965); G. Alster en B .M.Mossel, Leerboek van het Isr. Hebreeuws (1969). Algemeen: W.Chomsky, Hebrew, the eternal language (1957).