Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 27-06-2020

gewoonte

betekenis & definitie

v. (-n, -s),

1. wat men gewoon is te doen; de omstandigheid dat men iets pleegt te doen: het is zijnvroeg naar bed te gaan; de macht, de kracht van de een slaaf van de —;(spr.) — is een tweede natuur, wat men gewoon is, doet men haast vanzelf, alsof het in zijn natuur ligt; — maakt wet; eenmaal gedaan is nog geen —;
2. het telkens doen van datgene waaraan men gewoon is, hebbelijkheid, aanwensel: een oude, een ingewortelde —; een goede, slechte, lastige —; u moet die — afleren; hij heeft de — om op alles aanmerkingen te maken; hij doet het uit —; ouder — was hij weer te laat; tegen zijn — kwam hij niet op de vergadering; naar of volgens —, zoals gewoonlijk;
3. wijze van doen in bepaalde kringen, gebruik (e): hij is bekend met de gewoonten aan boord; een oude vaderlandse —; zeden en gewoonten.

(e) Gewoonte is een voor de mens onmisbare gewenning ten opzichte van allerlei handelingen waarvan automatisering efficiënt is: het zou ondoenlijk zijn iedere triviale handeling telkens opnieuw bewust te doordenken voordat zij wordt uitgevoerd. Deze vergemakkelijkende functie van gewoonten in het menselijke leven maakt dat men er niet vaak afstand van doet; te meer omdat gewoonten doorgaans een gevoel van geborgenheid geven. De sociale functie van de gewoonte is conserverend zowel als mogelijkheden scheppend. Een maatschappij kan niet voortbestaan als niet bepaalde gedragspatronen tot gewoonte worden en aan de jongere generatie worden doorgegeven. In een crisistoestand, wanneer aanpassing aan nieuwe omstandigheden te pijnlijk is, kan juist geborgenheid gezocht worden in de vertrouwde, verouderde gewoonten. Vervallende adel cultiveerde doorgaans nog eens extra zijn standgewoonten, en ten gevolge van crisis en inflatie geproletariseerde middengroepen (Duitsland, 1923—33) onderscheidden zich door een cultivering van hun oude gewoonten nadrukkelijk van het proletariaat. Het behouden van oude standgewoonten in een snel veranderende klassenmaatschappij is soms een disfunctie van de gewoonte; een ➝cultural lag moet deels verstaan worden vanuit de gewoonte. ➝regressie.

Gewoontevorming begint al direct na de geboorte. Kinderen hechten vaak zeer sterk aan gewoonten. Rijping van het kind impliceert persoonswording in die zin, dat het individu meer zelf deel kan nemen aan de keuze en vorming van gewoonten.

In de nieuwere sociologie wordt aan gewoonte en gewoontevorming meer aandacht besteed. Dit hangt samen met het inzicht dat het menselijke sociale leven is opgebouwd uit een groot aantal steeds terugkerende en daarmee onbewust geworden gedragsregels. Daarmee is het alledaagse leven tot een veel nadrukkelijker thema geworden in de sociologische theorie en empirie. LITT. P.H.Berger en T.Luckmann, The social construction of reality (1966); A.Schütz en T.Luckmann, Strukturen der Lebenswelt (1975).