Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 27-06-2020

gevonden voorwerp

betekenis & definitie

voorwerp dat men vindt en waarvan men moet aannemen dat het onvrijwillig uit de feitelijke macht van de eigenaar is geraakt. Gevonden voorwerpen kunnen niet het eigendom worden van de vinder, omdat hij bij het verkrijgen van het voorwerp wist, althans moest weten, dat een ander daarvan eigenaar moest zijn.

De vinder is daardoor te kwader trouw, hetgeen alleen slaat op die wetenschap. Dit betekent m.n. voor de Ned. politie en spoorwegen, die gevonden voorwerpen verkopen, dat zij nooit in staat zullen zijn om hun kopers eigenaar te maken van de gevonden voorwerpen en dat deze laatsten dit weten, althans geacht worden het te weten. Praktisch komt dit echter slechts neer op de constatering dat, indien de eigenaar die het voorwerp verloor zich zou presenteren, en erin zou slagen te bewijzen dat hij de bewuste zaak in eigendom had en verloor, deze zaak aan hem afgegeven moet worden. Deze kans is zo gering, dat zij redelijkerwijze geen belemmering wordt geacht voor de van tijd tot tijd noodzakelijke opruiming van gevonden voorwerpen.In België heeft de wet van 30.12.1975 (Stb. 17.1. 76) deze materie geregeld: ieder die buiten particuliere eigendommen een goed vindt waarvan hij de eigenaar niet kent en er zich meester van maakt, moet het zonder verwijl afgeven aan een gemeentebestuur, bij voorkeur dat van de plaats waar dat goed gevonden is. De gemeentebesturen bewaren de goederen zes maanden, ter beschikking van de eigenaar of zijn rechtverkrijgenden. De gemeentebesturen leggen een register van deze goederen aan, dat door iedere belanghebbende kan worden ingezien. In afwijking van art. 2279 tweede lid van het BW worden de goederen die na het verstrijken van de gestelde termijn niet door hun eigenaar of diens rechtverkrijgenden zijn opgeëist, eigendom van de gemeente. Inbreuken worden gestraft met de straffen bepaald bij art. 508 WStr (bedrieglijke verberging). De wet is echter niet toepasselijk op de gevonden voorwerpen waarvan de toestand door andere wettelijke bepalingen geregeld is, m.n. het besluit van 13.8.1810 en de wet van 28.2.1860 betreffende de goederen gevonden in spoorwegwagens, de wet van 30.5.1879 en het KB van 31.3. 1936 betreffende de goederen gevonden in postkantoren.