Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 27-06-2020

gemeenschap van goederen

betekenis & definitie

voor Ned. echtparen het vermogensstelsel waarin zij gehuwd zijn, voorzover zij daarvan niet bij ➝huwelijksvoorwaarden zijn afgeweken. De gemeenschap van goederen omvat aan baten alle goederen van de beide echtgenoten; deze goederen worden gezamenlijk eigendom van de echtgenoten en zullen na de ontbinding der gemeenschap van goederen moeten worden gescheiden.

Het ➝bestuur over de baten berust, anders dan bij andere vormen van mede-eigendom, niet bij de beide eigenaren, maar bij de echtgenoot die het betreffende goed in eigendom heeft verkregen (ten behoeve van de gemeenschap). De gemeenschap van goederen omvat aan schulden alle schulden van de beide echtgenoten; het gemeenschappelijk worden van de schulden betekent niet dat de beide echtgenoten schuldenaar worden, maar alleen dat zij de schulden samen moeten dragen. Op het gemeenschappelijk vermogen zijn alle gemeenschapsschulden en, in beginsel, ook alle privé-schulden van ieder der echtgenoten te verhalen. Wordt een in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoot failliet verklaard, dan omvat dit faillissement de gehele gemeenschap; een van de voornaamste redenen voor het aangaan van huwelijksvoorwaarden.Erflaters en schenkers kunnen bepalen, dat de erfrechtelijke verkrijging dan wel schenking, met de daaraan verbonden schulden en lasten, niet in de gemeenschap van goederen valt, de zgn. uitsluitingsclausule; deze clausule kan ook gemaakt worden met het oog op gemeenschap van goederen, waarin de verkrijger zal huwen. Betwist is of de clausule ook gemaakt kan worden ten aanzien van de vruchten van de geërfde of geschonken zaak. De clausule moet gemaakt worden bij testament dan wel bij schenking. Ook kunnen baten en schulden buiten de gemeenschap van goederen blijven op grond van het feit, dat deze op enigerlei bijzondere wijze aan een van de echtgenoten verknocht zijn. Gradaties daarin zijn denkbaar; b.v. het goed blijft volledig erbuiten; of het goed blijft juridisch erbuiten, maar de waarde ervan valt wel in de gemeenschap door middel van een vordering van de gemeenschap op de betreffende echtgenoot (b.v. het aandeel van een vennoot in een vennootschap onder firma).

De gemeenschap van goederen wordt ontbonden, d.w.z. er kunnen geen nieuwe gemeenschappelijke baten en gemeenschapsschulden meer ontstaan, door het einde van het huwelijk, scheiding van tafel en bed, opheffing door de rechter op een van de in art. 109 Boek 1 BW vermelde gronden (b.v. het lichtvaardig aangaan van schulden), en door opheffing door de echtgenoten bij tijdens het huwelijk aangegane huwelijksvoorwaarden. Voor dit laatste is rechterlijke goedkeuring vereist.

Na de ontbinding is de gemeenschap van goederen vatbaar voor scheiding en deling. Ieder van de echtgenoten (zijn/haar erfgenamen) krijgt de helft van het gemeenschappelijk vermogen. De scheiding vindt plaats ongeacht de herkomst van de goederen; behoudens dat persoonlijke stukken (kleren, kleinodiën, bedrijfsmiddelen en familiestukken) door de betrokken echtgenoot tegen de geschatte prijs overgenomen kunnen worden. Voorts kan de goede trouw meebrengen, dat een echtgenoot een recht op toedeling heeft, b.v. onder omstandigheden ten aanzien van aandelen in een familie-BV.

Door de ontbinding van de gemeenschap van goederen wordt de ene echtgenoot voor de helft aansprakelijk voor de gemeenschapsschulden van de andere echtgenoot. Dit geldt niet wanneer tijdens de gemeenschap van goederen ieder van de echtgenoten reeds voor 100 % aansprakelijk was, b.v. voor de schulden voor de gewone gang van de huishouding en de afbetalingsschulden voor zaken kennelijk ten behoeve van de huishouding. Na de ontbinding heeft ieder van de echtgenoten het recht ➝afstand van de gemeenschap van goederen te doen.

(Aanstaande) echtgenoten hebben de volledige vrijheid om bij ➝huwelijksvoorwaarden geheel of ten dele van de gemeenschap van goederen af te wijken. Bij gedeeltelijke afwijking spreekt men van beperkte gemeenschap, die zich in vele vormen kan voordoen. Nog al eens voorkomend is de gemeenschap van inboedel; alleen gemeen zijn dan die goederen die onder het begrip inboedel vallen; de echtgenoten kunnen dit begrip zelf invullen, bij gebreke waarvan de wet een omschrijving geeft in art. 570 BW. De wet geeft (met geen andere betekenis dan die van voorbeeld) een regeling van een tweetal mogelijke vormen van beperkte gemeenschap: gemeenschap van vruchten en inkomsten (➝vruchten, gemeenschap van) en gemeenschap van winst en verlies (➝winst en verlies, gemeenschap van; artt. 123-128 BW). Wijkt men geheel af van de gemeenschap van goederen, dan zijn de echtgenoten gehuwd met ➝uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen. Daaraan kan door de echtgenoten een deelgenootschap worden verbonden.

Dit is een alleen tussen hen werkende obligatoire afspraak, dat zij financieel zullen verdelen wat ingevolge gehele of gedeeltelijke uitsluiting van de gemeenschap van goederen privé is. Deze financiële verdeling kan weer plaatsvinden op basis van de situatie als waren zij gehuwd in algehele dan wel in een of andere vorm van beperkte gemeenschap van goederen. De artt. 132-145 Boek 1 BW geven een voorbeeld van een deelgenootschap, bekend als wettelijk deelgenootschap. Daarbij wordt verrekend de vermogensvermeerdering resp. de vermogensvermindering, met uitzondering van de aanvangswaarde van het stamvermogen, dat gevormd wordt door het bezit bij het begin van het deelgenootschap en wat tijdens de duur daarvan geërfd wordt of uit schenking wordt ontvangen. Deze wettelijke regeling geldt, zoals het gehele ➝huwelijksgoederenrecht in engere zin, voorzover de echtgenoten daarvan niet bij hun regeling van het door hen overeengekomen deelgenootschap zijn afgeweken. [prof.mr.A.L.M.Soons] In België is de gemeenschap van goederen sinds de wet van 14.7.1976 niet langer het gemeenrechtelijk vermogensstelsel (➝huwelijksvermogensrecht).

Art. 1451 vlg. BW bieden de mogelijkheid een conventionele gemeenschap aan te nemen. Deze wijkt af van het wettelijk gemeenschapsstelsel ofwel door de samenstelling van het gemeenschappelijk vermogen, ofwel door de verdeling ervan; aan de wettelijke bepalingen betreffende schuldenregeling, ontbinding, vereffening en bestuur kan niets gewijzigd worden. De samenstelling van het gemeenschappelijk vermogen kan enkel veranderd worden in de zin van een uitbreiding van de gemeenschappelijke baten. Ofwel kan met het gemeenschappelijk vermogen door inbreng van bepaalde toekomstige of tegenwoordige goederen. In dit geval zijn de eigen schulden van de echtgenoten naar verhouding van de inbreng ten laste van de gemeenschap.

Ofwel kan een stelsel van algehele gemeenschap aangenomen worden (5 % van de gehuwden). Dan komen alle toekomstige en tegenwoordige goederen van de echtgenoten toe aan de gemeenschap, met uitzondering van de zuiver persoonlijke. De gemeenschap staat dan in voor alle schulden. De praktijk kent vele formules om de verdeling van de gemeenschap te wijzigen. Door het beding van ➝vooruitmaking kan de overlevende echtgenoot vóór de verdeling geld of goederen voorafnemen. Door het beding van ongelijke verdeling kan het geheel of een deel van het gemeenschappelijk vermogen aan de overlevende echtgenoot toegekend worden; ook de schulden volgen deze ongelijke verdeling. De helft van de goederen van de vooroverleden echtgenoot die uitdrukkelijk in de gemeenschap zijn ingebracht worden beschouwd als schenking.