Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 27-06-2020

geboren

betekenis & definitie

verl. deelw. en bn.,

1. ter wereld gebracht, gebaard: – worden; met bepaling van plaats, tijd, omstandigheid: hij is te Amsterdam –; een dichter wordt niet gemaakt, maar –, het dichten is een gave, geen aangeleerde vaardigheid; (zegsw.) zo iemand moet nog – worden, zo iemand is nog nooit geweest (en zal er nooit komen); (fig.) wederom – worden, bekeerd worden, naar de geest vernieuwd worden; uit stof – zijn, zinspeling op de stoffelijke en vergankelijke aard van het lichaam; ergens – en getogen zijn, er ter wereld gebracht en opgevoed zijn; in zonde of in ongerechtigheid (ontvangen en) – zijn, als zondig en boos schepsel (ontvangen en) ter wereld gekomen zijn (naar de leer van de erfzonde);
2. (oneig.) van onstoffelijke zaken (zielshoedanigheden, gewaarwordingen, hartstochten of toestanden van de geest of in het gemoed; voorstellingen, kunsten en wetenschappen; omstandigheden) voort-, opkomen, ontstaan: een gelegenheid doen – worden; de scheikunde is uit de alchemie –; (dicht.) (van tijdseenheden of tijdruimten) aanbreken, verschijnen, komen: een betere tijd was toen –;
3. als attr. bn.: een – Nederlander, die in Nederland geboren is; Jan is een – causeur, is van nature een boeiend verteller; bij namen van gehuwde vrouwen ter aanduiding van de meisjesnaam: mevr. Bosboom geb. Toussaint; (oneig.) – misdruk, een boek dat geen debiet belooft en tot misdruk bestemd schijnt.