Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 29-06-2020

galjoen

betekenis & definitie

[Sp. galion], o. (-en, -s),

1. groot zeilend oorlogsschip met drie of vier dekken en hoog boord in de 16e—18e eeuw in gebruik bij de Spaanse marine (e);
2. lichte, gewoonlijk versierde uitbouwing aan de boeg van grote zeilschepen ter ondersteuning van de boegspriet, aan weerszijden van de scheg doorlopend en er met een spits (voorheen meestal met een beeld versierd) boven uitstekend: een spits —, een stomp —;
3. (bij uitbreiding) roosterwerk onder de genoemde uitbouwing, waar zich de toiletten van de matrozen bevonden; nog wel gebruikte ben. voor bemanningstoiletten.

(e) Het galjoen is in de 16e eeuw langs de Middellandse Zee ontwikkeld uit het voorraaden troepentransportschip voor de uit →galeien bestaande oorlogsvloot. Om voldoende laadruimte te hebben, was het galjoen in verhouding tot de lengte zeer breed en mede door de hoge, windvangende vooren achterkastelen langzaam en slecht manoeuvreerbaar. Op de drie of vier dekken kon echter aanzienlijk meer geschut worden geplaatst dan op de andere toenmaals gebruikelijke typen oorlogsschepen. Buiten het Middellandse-Zeegebied bleek echter spoedig het onvoldoende zeewaardige galjoen het niet te kunnen opnemen tegen de kleinere en minder zwaar bewapende, maar veel wendbaardere en snellere tegenstanders, en evenmin tegen ruwe weersomstandigheden. De voor de helft uit galjoenen bestaande Spaanse →Armada leed dan ook in 1588 in Het Kanaal een vernietigende nederlaag tegen de Engels-Hollandse vloot, waarna het restant grotendeels ten onder ging door storm of stranding.