Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 29-06-2020

eenvoudig

betekenis & definitie

bn. en bw. (-er, -st),

I. bn.,
1. niet samengesteld of ingewikkeld: dat is toch heel —; een — toestel; om de eenvoudige reden dat het er niet is; dat is het eenvoudigste, het gemakkelijkste, het minst omslachtige; een eenvoudige breuk, waarvan teller en noemer uit hele getallen bestaan;
2. zonder overdaad, weelde, pronk of vertoon; niet gezocht, ongekunsteld, natuurlijk: een eenvoudige maaltijd;
3. (met betrekking tot afkomst en stand) niet voornaam: het zijn eenvoudige mensen; (met betrekking tot het optreden) bescheiden, zich niet op de voorgrond stellend: — in zijn optreden;
4. duidt aan dat aan het genoemde begrip niets toegevoegd behoeft te worden, enkel, zonder meer: de eenvoudige beleefdheid; (recht) eenvoudige vrijwaring, tegenover zakelijke vrijwaring (wegens zakelijke rechten);
5. zelfst.: de eenvoudigen van geest;

II. bw., op eenvoudige wijze: zij leven heel —; zonder dat er iets bijkomt, zonder meer: ik doe het eenvoudig niet, beslist niet; ga — naar de politie, zonder iets anders te doen; doe het — anders, zonder er drukte om te maken.