Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 29-06-2020

2020-06-29

Duitse Orde

betekenis & definitie

(Deutscher Orden Sankt Mariens zu Jerusalem), geestelijke orde van ridders, ontstaan uit een Duitse hospitaalstichting (1190) te Akko in Palestina. In 1198 werd de orde opgericht met het doel het geloof met het zwaard te verdedigen en zieken te verzorgen.

De orde verwierf in geheel Europa uitgebreide bezittingen, buiten Duitsland m.n. in Frankrijk, Italië en Spanje. Paus Innocentius III erkende haar in 1215. Onder Hermann von Salza, de vierde ‘Hochmeister’, begon de Duitse Orde in 1211 in Zevenburgen een strijd tegen de Koemanen, maar moest na 14 jaar vertrekken wegens conflicten met de Hongaarse koning. In 1226 werd de orde te hulp geroepen tegen de heidense Pruisen en door keizer Frederik II gemachtigd een eigen territorium op te bouwen. Dit breidde zich na ca. 1230 vanuit Thorn (Torun) en Kulm (Chelmno) uit over Lijfland (1237), Pommerellen (o.a. Danzig, 1308) en Koerland (1346).

In 1309 werd de zetel verplaatst van Venetië naar Marienburg (Malbork) in Pruisen. De orde bereikte haar grootste bloei onder Hochmeister Winrich von Kniprode (1351—82). De handel die de orde dreef (uitvoer van graan, hout en barnsteen), bracht haar in conflict met de handelssteden op haar grondgebied (Thora, Koningsbergen, Elbing en Danzig). Bovendien bracht de vereniging van Litouwen en Polen (13,86) haar in een benarde strategische positie. Door de zware nederlaag bij Tannenberg (1410) verloor de orde haar macht in Oost-Pruisen. Na nederlagen tijdens de Dertienjarige Oorlog (1454—66) tegen Polen, kreeg dit land de leenhoogheid over het resterende gebied.

Hochmeister Albrecht van Brandenburg verliet in 1525 de geestelijke stand en nam de Pruisische ordegebieden als erfhertogdom van Polen in leen. In 1558 werd Koerland, eveneens onder Poolse leenhoogheid, geseculariseerd.Hoewel de orde ook na de secularisatie in de 16e eeuw bleef bestaan, had zij weinig betekenis meer. Napoleon onteigende in 1809 het bezit van de Duitse Orde in Duitsland, waarmee zij ophield te bestaan. In Oostenrijk werd de orde in 1929 omgevormd tot een geheel geestelijke orde. De Ned. afdeling van de orde, die in de 13e eeuw ontstond, scheidde zich in 1637 af en ging over tot het protestantisme . Zij werd door een vergissing niet opgeheven door de Fransen en haar rechtspositie werd geregeld in 1815. Na de Tweede Wereldoorlog werden al haar Duitse leden verwijderd. Het werk van de orde bestaat voornamelijk nog uit het verlenen van financiële steun aan personen en instellingen. LITT.

E.Maschke, Der deutsche Ordensstaat (1935); B.Schumacher, Gesch. Ostund WestPreussens (1937; 2e dr. 1957); F.Forstreuter, Vom Ordensstaat zum Fürstentum (1951); F.Fabius, De Duitse Orde van verleden tot heden (1961); R.ten Haaf, Deutscher Ordensstaat und deutsche Ordensballeien (1965); J.W.Jongedijk, Ridderlijke orden in Nederland (1965); W.H.Lampe, Bibliogr. des Deutschen Ordens (1975); L.Dralle, Der Staat des Deutschen Orden in Preussen nach dem 2-Thorner Frieden (1975).