Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 29-06-2020

dienaar

betekenis & definitie

die'naar, m. (-naren, -s),

1. persoon die iemand of iets dient, arbeid daarvoor verricht: de koning is de eerste — van de staat; — van de kroon, minister; — van het gerecht, die de bevelen van de justitie ten uitvoer brengt;
2. iemand die een ander vrijwillig diensten of hulde bewijst, of die zich aan een persoon of zaak toewijdt: een — Gods; een — van de waarheid, van de wetenschap; — des (Goddelijken) Woords, protestants geestelijke, zie predikant; — des altaars, r.k. geestelijke; een — van de Mammon, die in het geld het hoogste ziet; een — van de buik, gulzigaard, lekkerbek; als beleefdheidsformule: (ik ben) uw —, uw dienstwillige, onderdanige —.