Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 27-08-2021

Deelbaar

betekenis & definitie

bn.,

1. ge- of verdeeld kunnen worden: lichamen zijn deelbaar, kunnen in delen gesplitst worden; deelbare getallen, zonder rest gedeeld kunnende worden (e);
2. deelbare verbintenis, verbintenis die voor gedeeltelijke uitvoering vatbaar is (e).

recht. Een verbintenis kan voor gedeeltelijke uitvoering vatbaar zijn, maar volgens de overeenkomst ondeelbaar zijn gemaakt. Het leveren van een bepaalde niet voor verdeling vatbare zaak lijkt op het eerste gezicht ondeelbaar. Een zakelijk recht is echter vatbaar voor onlichamelijke deling: meerdere personen kunnen gezamenlijk eigenaar zijn van een bepaalde ondeelbare zaak. Het belang van de vraag omtrent deelbaarheid blijkt bij de erfenis waarin meerdere erfgenamen verbonden zijn voor de verbintenissen van één erflater, (artt. 1758 Ned. BW en 1220 Belg. BW).

wiskunde. Een geheel getal a heet deelbaar door een geheel getal b, wanneer er een geheel getal bestaat, dat met b vermenigvuldigd, a oplevert. Zo is 30 deelbaar door 5, omdat 30 = 6 x 5. Een getal, dat slechts door 1 en door zichzelf deelbaar is, heet ondeelbaar getal of priemgetal. Een veelterm A heet deelbaar door een veelterm B, wanneer er een veelterm C bestaat zodanig, dat B, met C vermenigvuldigd, A oplevert. Zo is de veelterm a2 + ab + ac + bc deelbaar door (a + b) omdat a2 + ab + ac + bc = (a + b) (a + c). Echter a2 + 2ab is niet deelbaar door b, noch door (a + b), want in (a2 + 2ab)/b = (a2/b) + 2a en (a2+ 2ab)/(a+b) = a + (ab)/(a+b) zijn breuken onvermijdelijk.