Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 22-07-2019

christenvervolging

betekenis & definitie

v. (-en), gewelddadig optreden tegen de christenen.

ⓔ Christenvervolgingen hebben in het Rom. Rijk geduurd tot begin 4e eeuw (313, het zgn. Edict van Milaan; ➝Constantijn de Grote). Zij vloeiden niet voort uit religieuze intolerantie op zichzelf, maar uit de christelijke weigering de Romeinse staatsgoden te huldigen en aan de keizercultus deel te nemen. Deze weigering werd als opstandigheid tegen de staat beschouwd. De daaruit voortvloeiende christenvervolgingen vonden steun in verschillende lagen van het volk.

De hogere standen verachtten de christenen om hun lage stand, gebrekkige ontwikkeling en geringschatting van kunst en wetenschap, terwijl de massa hen haatte om hun afzondering, onverdraagzaamheid en geheime bijeenkomsten. De laatste gaven aanleiding tot de beschuldiging van rituele moorden en tegennatuurlijke uitspattingen. Die beschuldiging werd gefundeerd met door foltering verkregen bekentenissen en met de onderlinge aanklachten waarmee de christelijke sekten elkaar bestookten. Bovendien werden de rampen die het Romeinse Rijk troffen geweten aan de toorn van de goden vanwege de christenen, zodat na rampen steeds het ‘de christenen voor de leeuwen’ weerklonk. De vervolgingen waren in de eerste eeuwen meest plaatselijk van aard; eerst sinds het midden van de 3e eeuw werden zij algemeen ingevolge van keizerlijke edicten. De zondebok-functie van de christenvervolgingen kwam op treffende wijze tot uiting toen keizer ➝Nero de verdenking van de geweldige brand in Rome op de christenen liet vallen.

De eerste ons bekende rechtsregels der christenvervolgingen stammen van keizer Traianus (98-117), die bepaalde dat ieder die voor het gerecht christen bleek, strafbaar was, tenzij hij of zij zijn geloof verloochende en dit door een offer aan de goden bekrachtigde. Er mocht echter niet opzettelijk jacht op christenen worden gemaakt. Op anonieme aangiften zou geen acht worden geslagen. Keizer Hadrianus (117-38) liet christenen slechts voor niet-godsdienstige misdrijven berechten, maar de meeste van zijn opvolgers volgden de gedragslijn dat het christen-zijn op zich, op aanklacht, door de rechter vervolgd moest worden. Ernstig werden de christenvervolgingen onder keizer ➝Marcus Aurelius (161-80) vanwege Germaanse invallen, misoogst, hongersnood en epidemieën. Daarna waren er vrij weinig christenvervolgingen tot medio 3e eeuw, waarna zij in hevige mate plaats vonden onder de keizers Decius (249-51), Valerianus (253-60) en Diocletianus (284-305).

LITT. P. Allard, Hist. des persécutions (5 dln. 1885-90); E. Stauffer, Christus und die Caesaren (1948); H. Grégoire, Les persécutions dans l’empire romain (1951); W.H.C. Frend, Martyrdom and persecution in the early church (1965); R.

Freundenberger, Das Verhalten der römischen Behörden gegen die Christen im 2. Jahrh. (1967).