Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 26-08-2021

Bijzonder

betekenis & definitie

I. bn.,

1. niet gemeenschappelijk, eigen, particulier: ieder gewest had zijn bijzondere munten;
2. niet algemeen, speciaal: de algemene en de bijzondere scheikunde; een volksvertegenwoordiger die voor de bijzondere belangen van zijn district opkomt; van het algemene tot het bijzondere afdalen; in het bijzonder, met name, namelijk: het geldt voor allen, maar voor u in het bijzonder, voornamelijk, in de eerste plaats;
3. niet van de overheid uitgaande of daartoe behorende: het onderwijs; een bijzondere school;
4. zeer groot: Marken heeft een bijzondere aantrekkingskracht voor vreemdelingen;
5. ongewoon, opmerkelijk: een zeer bijzonder verschijnsel; (van personen) eigenaardig, vreemd, zonderling: hij is altijd zo bijzonder; zelfst. iets bijzonders, iets buitengewoons, ook in de zin van iets buitengewoon goeds of lekkers; het is niets bijzonders, niets ongewoons, niets van betekenis;
6. ter aanduiding van een hoge graad van een hoedanigheid, van iets uitmuntends: met bijzondere zorg; ik genoot zijn bijzondere vriendschap;
7. (gew.) voornaam; het bijzonderste, het voornaamste;

II. bw.,

1. bepaaldelijk: dat was meer voor hem bestemd;
2. vooral: dit geldt u;
3. zeer, buitengewoon: het bevalt me hier ii. bw.,
1. bepaaldelijk: dat was meer voor hem bestemd; ; iemand

III. bw.,

1. bepaaldelijk: dat was meer voor hem bestemd; aanbevelen;
4. zeer goed: het ga je ii. bw.,
1. bepaaldelijk: dat was meer voor hem bestemd!, ik wens je het beste.

< >