Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 21-03-2019

Bewegen

betekenis & definitie

(bewoog, heeft bewogen),

1. in beweging brengen, van plaats doen veranderen: armen en benen bewegen; (zegsw.) hemel en aarde bewegen, alle middelen aanwenden, alles beproeven om iets gedaan te krijgen;
2. in beweging houden (van werktuigen): de veer beweegt het uurwerk; de motor beweegt het schip;
3. zich bewegen, in beweging zijn of komen: ik kan mij nauwelijks bewegen; de aarde beweegt zich; in oneig. zin: zich weten te bewegen, zich op de juiste manier gedragen in gezelschap; vertoeven; optreden; verkeer hebben met: hij heeft zich veel in het verenigingsleven bewogen;
4. met medelijden vervullen: hij werd door het verhaal tot tranen toe bewogen;
5. (iemand) aanleiding geven, brengen tot een handeling: zijn verontwaardiging heeft hem bewogen de pen op te vatten.