Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 15-03-2019

2019-03-15

bestaan

betekenis & definitie

bestaan - (bestond, heeft bestaan), I. onoverg., 1. in wezen zijn: God bestaat; ik besta niet voor hem, hij doet alsof ik er niet ben; dat heeft geen recht, geen reden van —, dat geschiedt ten onrechte; deze wet, dit gebruik bestaat nog, is nog in wezen, van kracht;

2. — uit, samengesteld zijn uit: dit werk bestaat uit drie delen; de dampkringslucht bestaat grotendeels uit stikstof en zuurstof; — in, datgene zijn wat de bepaling aanwijst: zijn werkzaamheden — in het verzamelen van knipsels; zijn vermogen bestaat in huizen en effecten; die ziekte bestaat in een aandoening van de slijmvliezen; het bestaat hem niet in bidden, daarop komt het niet alléén aan;
3. zich onderhouden, leven: hij moet van een klein inkomen —; hij kan daar niet van —, niet rondkomen;
4. in den bloede —, verwant zijn: hij bestaat u van na; zie nabestaanden;
5. zo zijn als een bepaling uitdrukt: zo besta ik niet, dat is mijn aard, mijn gewoonte niet; hoe kan dat —?, hoe is dat mogelijk, denkbaar?;
6. dat bestaat niet met recht en billijkheid, is daarmee niet overeen te brengen; het lidmaatschap van de gemeenteraad kan niet — met de betrekking van onderwijzer, is onverenigbaar met;
7. (in beperkt gebr.) — voor, standhouden: voor de eisen van een strenge kritiek niet kunnen —;
8. volstaan: kunnen met; het kan —, het is zo voldoende; I. overg., ondernemen, uitvoeren: wie durft zo iets — ?, wagen te doen: hij heeft het — de leeuw in zijn hol op te zoeken.

II. o. (geen mv.), 1. aanwezen: het — van God; zijn — danken aan; dat genootschap, die firma viert heden haar honderdjarig —;

2. leven: dat is geen menswaardig —; levensmogelijkheid: de strijd om het —;
3. onderhoud door kostwinning en vandaar: kostwinning: hij heeft een goed —; die zaak levert geen — op; een middel van zoeken, vinden.