Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 02-02-2019

Bed

betekenis & definitie

o. (-den),

1. slaapplaats voor mensen; een met veren, dons, kapok, zeegras, kaf, enz. gevulde zak om op te slapen, m.n. zo’n zak met zijn toebehoren van peluw, kussens, lakens, dekens enz.; bij uitbreiding ledikant met bed en toebehoren; naar (voorheen te) bed gaan, gaan slapen; vgl. doods-, veld-, ziekbed; het bed afhalen, het beddegoed uit het ledikant halen; ook gewoonlijk het van schone lakens en slopen voorzien; het bed opmaken, het beddegoed naar behoren erin leggen; het bed houden, te bed liggen, bedlegerig zijn; het ligt al voor je gespreid, je bent ons welkom (als gast); (oneig.) zijn -(je) is gespreid, zijn toekomst is zeker, er is voor hem gezorgd; hij gaat ermee naar - en staat er weer mee op, (van kommer en verdriet, plannen, berekeningen, enz. gezegd) hij denkt er steeds aan, kan ze niet uit zijn gedachten zetten; (metonymisch) plaats in een ziekenhuis of dergelijke inrichting: in dat ziekenhuis zijn 400 bedden; in die inrichting vraagt men f1500 per bed, als verpleegkosten per patiënt;
2. in het bijzonder het huwelijksbed, en vandaar huwelijk: scheiding van tafel en bed, bij rechterlijk vonnis uitgesproken voorlopige scheiding, waardoor de echtgenoten van de verplichting tot samenwoning ontheven zijn, maar het huwelijk niet ontbonden is; (overdrachtelijk) toestand van verkoeling, afkeer of verwijdering tussen twee gehuwden; bij uitbreiding ook wel tussen partners in andere zin;
3. het leger van grof wild; plaats waar korhoenders en patrijzen in het zand hebben liggen gullen of zonnebaden;
4. onderstel, leger voor verschillende machines; zie bedding;
5. grondslag of onderlaag van een weg: het bed maken;
6. het bed of de bedding van een rivier, van een gletsjer, het begrensde deel van het (rivier)dal waarbinnen het water stroomt, het ijs voortschuift, zie bedding;
7. afgeperkte en/of verhoogde plaats in een tuin, waarop bloemen of gewassen gekweekt worden: een bed met viooltjes, met bonen; vgl. tuin-, bloem-, aardbeienbed.

Het bed als ligmeubel is veelal een houten of metalen geraamte met metalen, verende spiraalmatras. Daarop een matras met b.v. zeegras, kapok of paardehaar gevuld, vaak met metalen binnenvering, ofwel een matras van schuimrubber. De afmetingen zijn nagenoeg gestandaardiseerd: eenpersoonsbed 90 cm x 190 cm (100 cm x 200 cm), tweepersoonsbed 140 cm X 200 cm, kinderbed 60 cm X 125 cm (70 cm X 140 cm).

GESCHIEDENIS.

In heel oude culturen is het bed meestal een soort vast podium van hout, klei of steen. Dit vaste bed heeft zich heel lang gehandhaafd, keerde als bedstee terug en komt nog in bepaalde agrarische gebieden in Europa en Azië voor. Ook de scheepskooi is daarvan een restant. Grieken, Etruriërs en Romeinen gebruikten een laag bed, vaak van brons, dat ook dienst deed als eetsofa (Gr. klinè). In Germaanse streken kende men het wandbed dat later nis- of kastbed werd, afgesloten met deuren of gordijnen. Dit was de volmaakte bedstee: een vast bed met afsluiting.

Men sliep in de middeleeuwen en later veelal halfzittend, gesteund door hoge stapels kussens. Vandaar de opvallende kortheid van de bedden uit die tijd.

Baldakijnbedden (hemelbedden) kwamen reeds in de 12e eeuw voor, maar wonnen terrein in de gotiek en groeiden uit tot de enorme pronkbedden in de 16e eeuw. De barok voegde er rijke draperingen en talloze versieringen aan toe. Maar ook het weinig versierde vlakke rustbed (chaise longue) kwam in zwang. Het pronkbed handhaafde zich tot het begin van de 19e eeuw. In die tijd waren ook reeds de eenvoudiger bedden doorgedrongen. Het metalen bed begon veld te winnen, en ook de van veren, later van kapok voorziene matras deed haar intree.

Een aparte slaapkamer werd gewoonte. In de 20e eeuw is een grote verscheidenheid van bedden waar te nemen. Zo is er een terugkeer van het (soms ronde luxueuze) podiumbed. Voor kleinbehuisden is er het opklapbed. Andere vormen zijn divanbed, couchette, lits-jumeaux, twijfelaar, bedbank, stapelbed.

LITT. W.van der Pluym, Vijf eeuwen binnenhuis en meubels in Nederland (1954); L.Wright, Warm and snug, the history of the bed (1962).