Arbitrage betekenis & definitie

Arbitrage - [Fr., Lat. zie arbiter], v., I. de werkzaamheid van arbiters; regeling van of uitspraak in een geschil door arbiters ; Hof van Arbitrage, hof van door de mogendheden gekozen arbiters tot beslissing van internationale geschillen ; 2. gelijktijdige prijsberekening op verschillende plaatsen van dezelfde goederen, wissels of effecten .

RECHT. Privaatrecht. In Nederland is de arbitrage geregeld in de artt. 620-657 WBv. De voornaamste beperking van de mogelijkheid van arbitrage is, dat zij slechts kan plaatshebben in geschillen omtrent de rechten, waarover partijen de vrije beschikking hebben. Hiertoe behoren de meeste vermogensrechtelijke geschillen. De arbitrageovereenkomst kan twee vormen aannemen. Komen partijen arbitrage overeen, nadat een geschil tussen hen is gerezen, dan moet een akte van compromis worden opgemaakt, die een omschrijving van het geschil en de namen en woonplaatsen der partijen en der scheidsmannen moet bevatten. Partijen kunnen zich ook bij een arbitraal beding (compromissoir beding) vooraf verbinden om toekomstige geschillen aan arbitrage te onderwerpen; een akte van compromis is dan niet nodig. Indien partijen dan tevoren geen arbiter(s) hebben aangewezen en in geval van een geschil geen overeenstemming kunnen bereiken over de keus, kan de rechter op verzoek een of meer scheidsmannen benoemen.

De arbiters spreken recht volgens de gewone regels van het recht, tenzij partijen zijn overeengekomen, dat zij ‘als goede mannen naar billijkheid’ zullen oordelen, hetgeen gebruikelijk is. Het arbitraal vonnis moet binnen acht dagen worden gedeponeerd ter griffie van de rechtbank en verkrijgt executoriale kracht door een bevelschrift (exequatur) van de president van de rechtbank. Hoger beroep is alleen mogelijk, wanneer de arbitrage-overeenkomst daarin heeft voorzien. Wel kunnen partijen op bepaalde gronden vernietiging van de beslissing aan de rechtbank vragen, o.a. indien zij berust op bedrog of op valse stukken. De moeilijkheden voortvloeiende uit het gebrek aan erkenning, dat het compromissoir beding internationaal ondervond, werden ondervangen door het Protocol arbitrageclausules Genève 1923 en het verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken New York 1958, waartoe de meeste westerse mogendheden (de VS niet) toetraden, [prof .mr.W.H. Heemskerk] LITT. P.Sanders, Aantasting van arbitrale vonnissen (1940); W.Nolen, Handleiding voor arbiters (3e dr. 1957).

In België wordt de arbitrage thans geregeld door de Europese Overeenkomst houdende een eenvormige wet inzake arbitrage, ondertekend te Straatsburg op 20.1.1966, en goedgekeurd door de wet van 4. 7.1972; de bepalingen van deze overeenkomst werden opgenomen in een zesde deel van het Ger. Wbk. artt. 1676 — 1723. Elk geschil dat reeds is ontstaan of nog kan ontstaan uit een bepaalde rechtsbetrekking, waarover een dading mag worden aangegaan, kan bij overeenkomst aan arbitrage worden onderworpen. Buiten de publiekrechtelijke rechtspersoon kan ieder, die bekwaam of bevoegd is om een dading aan te gaan, een overeenkomst tot arbitrage sluiten. Deze overeenkomst behoort te zijn vervat in een door partijen ondertekend geschrift. Van rechtswege is echter nietig iedere overeenkomst tot arbitrage afgesloten vóór het ontstaan van een geschil, waarvan de arbeidsrechtbank kennis moet nemen. Ieder die bekwaam is tot het aangaan van een overeenkomst kan scheidsman zijn, met uitzondering nochtans van, zelfs ontvoogde, minderjarigen, van personen wie een gerechtelijk raadsman is toegevoegd en van hen die onherroepelijk zijn uitgesloten van het kiesrecht of in de uitoefening van het kiesrecht zijn geschorst. Een scheidsgerecht moet zijn samengesteld uit een oneven aantal scheidslieden, maar het kan uit één scheidsman bestaan.

De wet regelt verder de procedure vóór het scheidsgerecht. Een scheidsrechterlijke uitspraak kan slechts worden aangevochten voor de rechtbank van eerste aanleg door vordering tot vernietiging, in de door de wet bepaalde gevallen (Ger. Wbk. art. 1704) en binnen een termijn van drie maanden nadat de uitspraak aan partijen bekend werd gemaakt. De tenuitvoerlegging van een scheidsrechterlijke uitspraak kan slechts plaatsvinden nadat zij, op verzoekschrift, door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uitvoerbaar is verklaard. Wordt het verzoek afgewezen omdat de uitspraak of de tenuitvoerlegging ervan in strijd is met de openbare orde of indien het geschil niet vatbaar was voor beslechting door arbitrage, dan kan de verzoeker binnen één maand na de kennisgeving van de beslissing, hiervan bij het hof van beroep in hoger beroep komen. [prof.mr.J.Matthijs] Volkenrecht.

In volkenrechtelijke zin is arbitrage de rechtens verbindende beslechting van geschillen tussen staten door scheidslieden. In karakter is zij gelijk aan de privaatrechtelijke arbitrage. Een verschil is echter dat in het volkenrecht een gezag, dat de tenuitvoerlegging kan waarborgen, ontbreekt. De praktijk leert tot dusver dat, indien eenmaal een volkenrechtelijk geschil aan een scheidsgerecht is onderworpen, de staten zich meestal stipt aan de uitspraak houden. Gebeurt dit niet dan zal de gedupeerde staat diplomatieke en economische pressie op de andere staat kunnen uitoefenen.

Voorts zal de staat, voor zover het betreft een vonnis van het Internationaal Gerechtshof, een beroep kunnen doen op de Veiligheidsraad van de VN om tenuitvoerlegging van het vonnis te verkrijgen.

Bij de Vredesconferentie van 1899 is te ’s-Gravenhage het Permanente Hof van Arbitrage opgericht .

Meer en meer tracht men thans al van te voren bij zgn. arbitrage-verdragen over en weer, uitgezonderd bij kwesties betreffende de zelfstandigheid, levensbelangen of nationale eer, de verplichting tot arbitrage te scheppen. Nederland en Denemarken hebben in 1904 genoemde uitzonderingen laten vallen, zodat tussen hen alle geschillen door arbitrage moeten worden beslist. Op die weg zijn de VS vooral door Bryan gevolgd. Op de Tweede Vredesconferentie (1907) is in beginsel de wenselijkheid der verplichte arbitrage uitgesproken en zijn in het bijzonder bepaalde geschillen daarvoor geschikt verklaard. Van arbitrage in strikte zin pleegt men rechtspraak te onderscheiden, waarbij het tribunaal niet ad hoc wordt samengesteld maar een permanent karakter heeft.

In 1920 is overeenkomstig art. 14 van het Volkenbondsverdrag een Permanent Hof van Internationale Justitie ingesteld, na de Tweede Wereldoorlog vervangen door het Internationaal Gerechtshof, een der organen van de VN. Het Handvest der VN schrijft in art. 33, lid 1 voor, dat allen, die betrokken zijn bij enig geschil dat de internationale vrede of de internationale veiligheid in gevaar dreigt te brengen, zullen trachten dit geschil op te lossen o.a. door arbitrage. Art. 95 van het Handvest laat de leden der VN vrij om de oplossing van hun geschillen, krachtens reeds bestaande of nog te sluiten overeenkomsten, aan een ander tribunaal voor te leggen dan aan het Internationaal Gerechtshof. [dr.Koswansik] LITT. B.C.J.Loder, La différence entre l’arbitrage internat, et la justice internat. (Buil. de l’Inst. Intermédiaire Internat., 1923); G.A.van Hamel, De internat, arbitrage van Nederland van 1813 tot heden (1938); J.L.Simpson en H.Fox, International arbitration, law and practice (1959); E.K.Nantwi, The enforcement of international judicial decisions and arbitral awards in public international law (1966).

RECHTSSOCIOLOGIE. Hier ziet men de arbitrage als een vorm van rechtspraak die verschilt van bemiddeling doordat de derde partij niet op informele wijze naar een minnelijke schikking tussen partijen streeft, maar met inachtneming van elementaire beginselen van behoorlijke procedure op basis van door beide partijen aangevoerde bewijzen en argumenten een partijen bindende beslissing conform de tussen partijen volgens contract of gebruik bestaande verplichtingen geeft. Anderzijds verschilt arbitrage van ‘gewone’ rechtspraak door overheidsrechters doordat de procedure meestal minder formeel en vaak ook effectiever is, de arbiter vaak specifieke deskundigheid heeft in de probleemmaterie waarover het geschil gaat, en doordat de arbiter zijn rechtsmacht ontleent aan de tussen de twistende partijen gesloten overeenkomst om hun geschil door hem te laten beslissen (karakter van vrijwilligheid van arbitrage). Ondanks het theoretisch duidelijke onderscheid tussen arbitrage als vorm van rechtspraak enerzijds en bemiddeling anderzijds, kan de arbiter — evenals trouwens de overheidsrechter — in de praktijk wel degelijk aandrang ondervinden om aan te sturen op een voor beide partijen acceptabele beslissing en dusdoende zijn tussenkomst dienstbaar maken aan de harmonieuze betrekkingen tussen partijen. Arbitrage vindt vooral toepassing voor oplossing van geschillen in handelsbetrekkingen, arbeidsverhoudingen en internationale betrekkingen. Twee omstandigheden hebben m.n. de groei van arbitrage naast of ten koste van overheidsrechtspraak beïnvloed:

1. het ontstaan van de behoefte aan snelle oplossing van geschillen in gespecialiseerde branches van bedrijvigheid door terzakekundigen;
2. onvoldoende flexibiliteit van bestaande vormen van overheidsrechtspraak om adequaat in deze nieuwe behoeften te voorzien.

In het algemeen kunnen door arbitrage rechtstoepassing en rechtsvorming gemakkelijker worden aangepast aan de behoeften in specifieke maatschappelijke contexten, zoals een tak van handel of gezagsverhoudingen in een industrieel bedrijf, dan door overheidsrechtspraak die daar verder vanaf staat. Vooral ook verschuivingen in de praktijk van arbitrage van overeenkomsten om bestaande geschillen te arbitreren naar clausules in contracten om eventuele toekomstige geschillen te arbitreren, en van ad hoc scheidsgerechten naar vaste scheidsgerechten voor bepaalde takken van economische bedrijvigheid (Ned. 1971: 91) hebben ertoe bijgedragen dat arbitrage is geworden tot een geïnstitutionaliseerde vorm van rechtspraak naast overheidsrechtspraak. Hieraan kleven ook bezwaren. Zo schept de praktijk van het opnemen door ondernemingen van arbitrageclausules in adhesiecontracten (b.v. in verzekeringsvoorwaarden) het probleem dat de andere — zwakkere — partij (b.v. degene die zich laat verzekeren) in feite geen andere keus heeft dan zich in geval van onenigheid te onderwerpen aan de door de sterkere partij voorgeschreven arbitrage, waardoor aan het voor deze vorm van particuliere rechtspraak essentiële beginsel van vrijwilligheid geweld wordt aangedaan. In hoeverre arbitrage zich als autonoom systeem van rechtspraak kan ontwikkelen hangt mede af van de ruimte die zij krijgt van wetgever en overheidsrechtspraak, waarvan zij voor haar effectiviteit in laatste instantie afhankelijk is.

Creatieve arbitrage.

Evenals overheidsrechtspraak kan geïnstitutionaliseerde arbitrage — in de specifieke context waarin zij als instelling voor oplossing van geschillen functioneert een bron zijn van rechtsontwikkeling. Daarvoor is regelmatige publikatie van arbitrale uitspraken van groot belang. (In Nederland bestaat daarvoor het tijdschrift Arbitrale Rechtspraak, sinds 1919 maandelijks bijvoegsel van het Weekblad voor het Recht, sedert 1941 zelfstandig blad.) Een belangrijke rechtssociologische studie van Philip Selznick laat zien hoe in de VS arbitrage over werknemersklachten heeft bijgedragen tot vergroting van de legitimiteit van gezagsuitoefening binnen industriële ondernemingen, [prof .mr.A.A.G.Peters] LITT. P.Selznick, Law, society and industrial justice (1969); P.de Visser, De deelneming van deskundigen aan rechtspraak (1971).

ECONOMIE. Hier is arbitrage een handeling gericht op het profiteren van een, op eenzelfde tijdstip tussen twee markten bestaand, van de pariteit (rekening houdend met kosten, wisselkoers, renteverlies e.d.) afwijkend prijsverschil door op beide een tegengestelde transactie af te sluiten. Doordat op verschillende markten vraag en aanbod in omvang kunnen verschillen, zijn voor dezelfde objecten uiteenlopende prijzen mogelijk. De arbitrageant koopt op de markt waar de objecten beneden pariteit worden verhandeld en verkoopt op de andere markt, met de bedoeling als later de pariteit weer geheel of ten dele is hersteld de affaire te completeren met twee tegengestelde transacties (het zgn. draaien of gladstellen). Hierbij vindt dus geen verzending van de objecten plaats. Moet wel verzending plaatsvinden en worden dus in plaats van vier slechts twee tegengestelde transacties afgesloten, dan dient dit strikt genomen tot de normale handel te worden gerekend. In de praktijk duidt men beide vormen wel als arbitrage aan.

Men kent goederen-, effecten-, goud-, wissel- en rente-arbitrage; vooral internationale arbitrage is belangrijk i.v.m. de doorgaans geringe prijsverschillen binnen een land. Effecten-arbitrage, dit is gelijktijdige aankoop van een fonds op de ene en verkoop op een andere beurs (telex, telefoon enz.) wordt soms sterk gehinderd door ongelijke beursuren. Dan moet de arbitrageant een positie aangaan die pas uren later kan worden afgewikkeld (onzekerheid, korte termijnspeculatie). Effecten-arbitrage werkt nivellerend op de koersontwikkeling aan beide beurzen, evenals valuta- en interestarbitrage. Bij arbitrage ‘sur place’, op één beurs, wordt gebruik gemaakt van koersverschillen tussen verwante fondsen (b.v. pariteitsverschillen tussen claims, stockdividenden en de desbetreffende aandelen, converteerbare obligaties en aandelen van dezelfde vennootschap, aandelen van een houdstermaatschappij en de onderliggende waarden); soms duidt men aldus ook aan het kopen of verkopen van een fonds met de bedoeling de affaire dezelfde dag nog te ‘draaien’ (zie daghandel). [drs.J.G.Morreau] LITT. J.F.Haccoû, Handel en marktwezen in goederen i (1948); S.Brouwer, Beurs en effectenhandel (1969).