achterste betekenis & definitie

achterste - ach'terste, I. m./v. en o. (-n), degene die, hetgeen dat het meest achteraan staat; de voorsten doen, wat de achtersten niet mogen, wie het eerst komt heeft veel voor; de voorsten maken dat de achtersten niet in de kerk kunnen, dezelfde betekenis; (oneig.) laatste, minste in rang;

ii. o., 1. het achtereinde van enig voorwerp. Dit komt voor in bw. uitdrukkingen: het achterst, het meest naar achteren; het — voor of voren, averechts, verkeerd (eig. en fig.); ook aaneen, achterstevo'ren; 2. (-n), de achterste delen van het lichaam, de billen: op zijn — vallen.