Gepubliceerd op 04-08-2020

Mouw

betekenis & definitie

Mouw, v. (-en), deel van een kleedingstuk, armbekleedsel; (fig.) ik weet er geen -en aan te naaijen, ik weet het niet te helpen, ik weet er niets aan te doen; iem. iets op de - spelden, hem iets wijs maken; middelen in de - hebben, geheime middelen weten; het achter de - hebben, slim -, geslepen zijn; dat is een gemaakte -, dat is maar een voorwendsel, eene uitvlugt; de aap komt uit de -, de ware aard (van iem.) komt voor den dag; iets uit de - schudden, iets gemakkelijk zonder veel inspanning voor den dag brengen; de handen uit de - steken, zich aan den arbeid zetten; in den - houden, bedekt handelen.

*-TJES, o. mv. lubben, manchetten.