Reserveer nu mijn nieuwste boek

Taxonomie betekenis & definitie

Wetenschap die zich richt op soortbeschrijvingen en de biologische classificatie van soorten

De systematische naamgeving van soorten gaat terug op de Zweedse plantkundige Carolus Linnaeus (1707-1778). Met zijn boek Systema naturae introduceerde hij de binominale nomenclatuur, waarin soorten met twee woorden aangeduid worden, de geslachtsnaam en een soort-epitheton, bijv. Homo sapiens. Linnaeus introduceerde ook een hiërarchisch classificatiesysteem: regnum (rijk), fylum (stam), klasse, orde, familie, genus (geslacht) en species (soort).

Bij een taxonomisch correcte soortaanduiding moet de auteur die de soort voor het eerst beschreven heeft worden vermeld, plus een jaartal, bijvoorbeeld Pan troglodytes (Blumenbach 1799) is de chimpansee. Dit systeem voorkomt dat dezelfde soort bekend wordt onder verschillende namen. De conventies hiervoor verschillen een beetje tussen botanici, zoölogen, mycologen en microbiologen.

Een belangrijk resultaat van de taxonomie is niet alleen een systeem van betrouwbare soortnamen, maar ook een determinatietabel, waarmee men aan de hand van een serie keuzevragen over diagnostische kenmerken de biologische naam van een onbekend exemplaar eenduidig kan vaststellen.

Terwijl de taxonomie aanvankelijk gebaseerd was op subjectieve oordelen van natuurliefhebbers, kwam in de jaren zestig van de vorige eeuw de numerieke taxonomie op, die gebruik maakte van kwantitatieve kenmerken en multivariate statistische analyse met de computer. Daaruit is later de cladistiek ontstaan.

Tegenwoordig wordt op grote schaal DNA gebruikt om soorten te karakteriseren en te classificeren. Voor elke soort zoekt men een DNA-barcode, d.w.z. een sequentie die uniek is voor de soort en die met een eenvoudige PCR te amplificeren is. Op deze manier kan men ook een soortnaam geven aan onderdelen of overblijfselen van een soort (uitwerpselen, vogelveren).