Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Gepubliceerd op 01-03-2020

Stabiliserende selectie

betekenis & definitie

Evolutionair proces waarbij fenotypes met een gemiddelde waarde de hoogste fitness hebben

Bij alle soorten die enige tijd bestaan heeft natuurlijke selectie gedurende vele generaties de gelegenheid gehad om de fenotypes optimaal aan te passen aan de milieuomstandigheden. Je verwacht dan ook dat afwijkingen van dat optimale fenotype (die voortdurend door mutaties ontstaan) een lagere fitness hebben dan het gebruikelijke fenotype. Deze situatie staat bekend als stabiliserende selectie.

Een klassiek voorbeeld komt uit een publicatie uit 1899 van de Amerikaanse ecoloog Hermon C. Bumpus. Hij deed waarnemingen aan mussen nadat een zware storm een flink deel van de populatie uitgeroeid had. Bij de verschillende metingen die hij deed aan overlevende en getroffen mussen (o.a. vleugellengte) bleek dat de mussen die de storm overleefd hadden minder variatie vertoonden dan de mussen die door de storm om het leven gekomen waren. Zowel de dieren met korte als met lange vleugels hadden een nadeel.

Bij de mens is het geboortegewicht onderworpen aan stabiliserende selectie. Gegevens over kindersterfte in Londense ziekenhuizen, gerapporteerd in 1951, lieten zien dat verhoogde sterfte optreedt zowel bij baby’s met een laag geboortegewicht als bij baby’s met een hoog gewicht. Baby’s met een gemiddeld gewicht van 7,3 pond hadden in deze studie de hoogste overlevingskans.

Stabiliserende selectie (ook wel genoemd centripetale selectie) vermindert de genetische variatie, onderdrukt polymorfie en zorgt ervoor dat mutaties die afwijkingen van het gemiddelde veroorzaken, weg geselecteerd worden. Het populatiegemiddelde stabiliseert op een intermediaire waarde. Stabiliserende selectie staat tegenover disruptieve selectie. Stabiliserende selectie maakt gebruik van zuiverende selectie om extreme of afwijkende fenotypes uit de populatie te verwijderen.

Bronvermelding