Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Gepubliceerd op 15-09-2019

2019-09-15

Speciatie

betekenis & definitie

Vorming van nieuwe biologische soorten vanuit reproductief gescheiden populaties van een voorouder

Onder invloed van natuurlijke selectie, genetische drift of flessenhalseffecten verandert de samenstelling van een populatie voortdurend. Over langere tijd kan dat leiden tot nieuwe soorten: speciatie. Dit kan op drie manieren: allopatrisch, sympatrisch of peripatrisch.

Bij allopatrische speciatie wordt een nieuwe soort gevormd nadat een groep zich afgesplitst heeft en een ander gebied is gaan bewonen. Dat kan bijvoorbeeld doordat het leefgebied in tweeën gedeeld wordt door geologische oorzaken. De afgesplitste groep gaat door aanpassing en drift op den duur zo sterk verschillen van de moedersoort dat ze daarmee niet meer kruisbaar is.

Bij sympatrische speciatie blijft de nieuwe soort in hetzelfde gebied wonen. Er moet dan een niet-geografisch mechanisme zijn dat reproductieve isolatie bewerkstelligt. Dat kan bijvoorbeeld als twee ecologische varianten van een soort zich specialiseren op verschillende voedselbronnen (plantensoorten) of op verschillende onderdelen van het habitat (bijvoorbeeld savanne versus bos).

Een derde soortvormingsmechanisme, peripatrische speciatie, treedt op aan de randen van het verspreidingsgebied, waar de omstandigheden minder optimaal zijn dan in het centrum. Door sterke selectie op aanpassing aan extreme condities kan een nieuwe soort ontstaan die na lange tijd niet meer mengt met de centrumpopulaties.

Interessant is dat de evolutie van de mens van elke speciatie-vorm een goed voorbeeld laat zien: de splitsing tussen de robuuste en de graciele Australopithecines binnen Afrika (sympatrische speciatie), de splitsing tussen Homo erectus in Azië en Homo ergaster in Afrika (allopatrische speciatie) en het ontstaan van de neanderthaler in de koude streken van Europa en Azië uit de Heidelbergmens (peripatrische speciatie).

Bronvermelding