Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Gepubliceerd op 08-12-2019

2019-12-08

Recessief

betekenis & definitie

De eigenschap van een genvariant om niet fenotypisch tot uitdrukking te komen als er op het andere chromosoom een dominante versie van hetzelfde gen aanwezig is

Eigenschappen gecodeerd door recessieve allelen komen alleen tot uitdrukking in homozygoten voor het recessieve allel. Omdat veel aangeboren ziektes recessief zijn neemt de frequentie van ziekteverschijnselen in een populatie toe met de homozygositeit. Kruisingen binnen een kleine groep (inteelt) of onderverdeling van de populatie vergroten het aantal homozygoten en dus ook de frequentie van zulke ziektes.

De begrippen dominant en recessief zijn afkomstig uit de kruisingsproeven van Gregor Mendel (1822-1884) met erwtenplanten. Hij kon zijn resultaten verklaren door aan te nemen dat gerimpelde zaden recessief waren ten opzichte van gladde en dat gele zaden recessief waren ten opzichte van groene.

De begrippen recessief en dominant zijn erg nuttig om op fenotypisch niveau de overerving van kenmerken te beschrijven maar op moleculair niveau zijn het moeilijk te hanteren begrippen. Er zijn talloze mechanismen die er voor kunnen zorgen dat de fenotypische expressie van een allel afhangt van het andere chromosoom. Zo kan het recessieve allel een mutant zijn die niet of nauwelijks tot expressie komt, het is mogelijk dat er een factor is van een ander gen dat het ene allel wel en het andere niet onderdrukt (epistase), of een allel kan actief tot stilzwijgen gebracht worden door interferentie-RNAs (epigenetica).

Volledige recessiviteit en volledige dominantie zijn de uitersten in een spectrum van dominantierelaties. In veel gevallen heeft de heterozygoot een fenotype dat meer of minder intermediair is. Bovendien is recessiviteit niet absoluut; bij meerdere allelen kan een allel recessief zijn ten opzichte van een tweede, maar intermediair met een derde.

Bronvermelding