Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Gepubliceerd op 16-04-2020

2020-04-16

Paleontologie

betekenis & definitie

Studie van fossielen en overblijfselen van biologische activiteit met als doel de evolutie en het leven in het verleden te reconstrueren

Paleontologie is een natuurwetenschappelijke discipline, vaak gezien als onderdeel van de aardwetenschappen maar daar ook weer van af te zonderen door de biologische aard van de studieobjecten. Paleontologie wordt bedreven door wetenschappers in academische afdelingen en instituten, maar ook door een groot aantal enthousiaste vrijwilligers (“fossielenjagers”).

Pas in de zestiende en zeventiende eeuw begon door te dringen dat fossielen de resten waren van dieren en planten die vroeger geleefd hebben. Het idee dat soorten kunnen uitsterven dateert uit het begin van de negentiende eeuw. Georges Cuvier (1769-1832) wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne paleontologie.

In de loop van die eeuw werden opmerkelijke ontdekkingen gedaan, bijvoorbeeld de eerste beenderen van dinosauriërs werden opgegraven in Engeland en Duitsland omstreeks 1820-1830. Darwin hoopte dat de fossielen uiteindelijk in een reeks geplaatst konden worden zodat het verhaal van de evolutie zichtbaar zou worden, maar moest ook toegeven dat de geologische gegevens nog grote gaten vertoonden en een incompleet beeld van de evolutie gaven. De eerste fossielen van mensachtigen waren de neanderthaler in 1856, Homo erectus (Javamens) in 1889 en Australopithecus in 1924.

De analyse van fossielen hangt op drie benaderingen. Allereerst is er de herkenning van de vorm en de overeenkomst met andere vormen die al bekend zijn. In de tweede plaats gaat het om de leeftijd, die met een dateringsmethode geschat wordt uit de aardlagen waartussen het fossiel gevonden is. Ten derde kijkt men naar de context van het fossiel: de aanwezigheid van artefacten en de ruimtelijke verspreiding van het materiaal.

Bronvermelding