In aanleg holle structuur gelegen in het midden aan de dorsale zijde van chordadieren die ontstaat door een overlangse inzakking van het ectoderm en die het ruggemerg vormt
Vroeg in de embryonale ontwikkeling vormt zich aan de rugzijde van chordadieren de neurale buis. Dit gebeurt vanuit een verdikte plaat in het ectoderm die inzakt en daarbij een neurale groeve vormt, om vervolgens aan de zijkanten plooien te vormen (neurale plooien) die in het midden samensmelten zodat zich een buis afsnoert. Dit proces heet neurulatie, het begin van de vorming van het ruggemerg en het zenuwstelsel. Het is het eerste van de buitenkant zichtbare proces dat volgt op de gastrulatie. Het zenuwstelsel is daarmee het derde orgaan (na de darm en het hart).
Bij de indaling van de neurale plaat vormen zich in het ectoderm twee overlangse lijsten, de neurale lijsten. Terwijl de buis zich sluit snoeren daar migrerende cellen van af, de neurale lijstcellen, die bijdragen aan de vorming van talloze organen in het lichaam (zie het betreffende lemma).
Het zenuwstelsel is dus van ectodermale oorsprong. Rond de neurale buis vormen zich vanuit het mesoderm de wervels; de neurale buis wordt daarin opgenomen als het ruggenmerg. Aan de zijde van de kop verwijdt de neurale buis zich en vormt een serie van vijf achter elkaar gelegen blaasjes, waaruit zich de hersenen ontwikkelen. Dat zowel het ruggemerg als de hersenen aangelegd worden als holle structuren is in het volwassen stadium nog steeds te zien.
De vorming van de neurale buis begint aan de voorkant; de neurale groeve sluit zich als een naar achteren lopende ritssluiting. Wanneer de sluiting niet compleet is heeft het kind een “open ruggetje” (spina bifida).