Een van de vier evolutionaire hoofdlijnen van de placentale zoogdieren, waaronder hoefdieren, walvissen, roofdieren, spitsmuizen en vleermuizen; evolueerden op het noordelijk halfrond
De Laurasiatheria evolueerden in de tijd van Laurazië, een noordelijk continent bestaande uit het huidige Noord-Amerika, Europa en Azië. Tijdens het Eoceen vormden Afrika, Zuid-Amerika, India en het Arabisch schiereiland samen het zuidelijke continent. Antarctica en Australië waren toen al onbereikbaar voor de Placentalia. Ook op het noordelijk halfrond evolueerden de Euarchontoglires; deze worden met de Laurasiatheria samengenomen tot Boreoeutheria (“boreale zoogdieren”).
Tot de Laurasiatheria worden een groot aantal bekende zoogdierordes gerekend: Artiodactyla (evenhoevigen zoals geiten, herten, runderen, zwijnen en nijlpaarden), Cetacea (baleinwalvissen en tandwalvissen), Chiroptera (vleermuizen), Carnivora (katachtigen, honden, beren, marterachtigen, zeehonden en robben), Perissodactyla (onevenhoevigen zoals paarden, neushoorns en tapirs), Insectivora (spitsmuizen, mollen en egels, ook genoemd Eulipotyphla) en Pholidota (schubdieren zoals de pangolin). Opvallend is dat de spitsmuizen onder de Laurasiatheria vallen en niet, zoals vroeger vaak werd aangenomen, verwant zijn aan knaagdieren (Rodentia), noch aan boomspitsmuizen (Scandentia).
Laurasiatheria is een goed onderbouwde monofyletische groep van de Placentalia, maar de onderlinge relaties tussen de ordes zijn lange tijd onduidelijk geweest. Uit genomisch onderzoek blijkt nu dat walvissen een zustergroep zijn van de evenhoevigen (waar ze vanaf stammen), terwijl de onevenhoevigen met de Carnivora gegroepeerd worden. Morfologische kenmerken die alle Laurasiatheria gemeenschappelijk hebben en die ze onderscheiden van andere zoogdiergroepen zijn er echter nauwelijks.
De groepen van de Laurasiatheria hebben elk hun eigen specialisaties op het bouwplan van de zoogdieren ontwikkeld, zoals de zware hoektanden en klauwen van de roofdieren, de hoeven van de hoefdieren, de huidplooien van de vleermuizen, de spitse snuit van de Insectivora en de stroomlijning van de walvissen.