Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Gepubliceerd op 29-03-2019

2019-03-29

Hypoblast

betekenis & definitie

Groep cellen in het vroege zoogdierembryo na innesteling van de blastocyst in de baarmoederwand; cellen die buiten het embryo de dooierzak vormen, ook genoemd visceraal endoderm

In de vroege embryonale ontwikkeling van zoogdieren ontstaat door voortgaande celdelingen uit de bevruchte eicel op een gegeven moment een blaasvormige structuur, de blastula, waarin zich een holte bevindt, het blastocoel. Aan één zijde van de blastula ligt een grotere klomp cellen, de zogenaamde inwendige celmassa. Het blastocoel wordt omgeven door een laag kleine cellen, de trophoblast. Dit stadium, ook genoemd blastocyst, nestelt zich in de wand van de baarmoeder (endometrium). De inwendige celmassa differentieert vervolgens in twee op elkaar liggende cellagen, de hypoblast en de epiblast. Deze structuur heet de tweelagige (bilaminaire) embryoschijf. De hypoblast wordt gekenmerkt door kubusvormige cellen.

De cellen van de hypoblast delen zich snel en migreren langs de wand van de blastula in het blastocoel, waar ze een nieuwe blaas vormen, de dooierzak. Bij de muis wordt dit ook wel visceraal endoderm genoemd. De cellen liggen echter buiten het embryo, dat ontstaat uit de epiblast. De hypoblastcellen geven signaalmoleculen af die nodig zijn voor de vorming van de lichaamsas (primitiefstreep) van het embryo.

De eerste dooierzak is tijdelijk en degenereert. Vanuit dezelfde hypoblastcellen wordt vervolgens een tweede dooierzak gevormd, de definitieve, die kleiner is.

De hypoblast is een tijdelijke structuur. Zodra het embryo na de gastrulatie een darm heeft gekregen migreren “echte” endodermcellen naar de dooierzak en vervangen de hypoblastcellen. Ook mesodermcellen migreren vanuit het embryo en vormen het extra-embryonaal mesoderm, een groep van cellen met los verband die de resterende ruimte van het blastocoel opvult. De dooierzak wordt opgenomen in de navelstreng en verdwijnt.

Bronvermelding