Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Gepubliceerd op 27-03-2020

2020-03-27

Homoloog

betekenis & definitie

Teruggaand op dezelfde voorouderlijke structuur, of op hetzelfde voorouderlijke kenmerk of gen en daardoor meer of minder op elkaar lijkend bij twee of meer verschillende soorten

Het begrip homologie kan gebruikt worden voor organen (bijvoorbeeld de voorste ledematen van gewervelde dieren), voor kenmerken (bijvoorbeeld de schubben van reptielen en de veren van vogels) of voor genen (bijvoorbeeld FOXP2 van de mens en FOXP2 van de muis). Essentieel is dat homologieën altijd terug te voeren zijn op een voorouderlijke toestand waar ze van af stammen.

Meestal vertonen de kenmerken ook een zekere gelijkenis – dat kan een aanwijzing zijn dat ze homoloog zijn – maar dat is niet altijd zo. Zo zijn de voorpoten van alle gewervelde dieren homoloog met elkaar (ze stammen allemaal af van de borstvinnen van een vleesvinnige oervis), maar ze zien er wel anders uit (vergelijk de voorpoot van een muis met de vleugel van een duif).

Als twee kenmerken op elkaar lijken terwijl ze niet dezelfde voorouder hebben spreekt men van analogie. De gelijkenis wordt dan veroorzaakt door convergente evolutie (aanpassingen aan dezelfde omgeving vanuit verschillende beginpunten). Van convergente evolutie is sprake als organen van verschillende oorsprong dezelfde functie zijn gaan bekleden, bijvoorbeeld de facetogen van insecten en de lensogen van gewervelde dieren.

In de genetica wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten homologie: orthologie en paralogie. Twee genen in verschillende soorten zijn ortholoog als ze van hetzelfde voorouderlijke gen afstammen; twee genen zijn paraloog als ze gedupliceerd zijn binnen dezelfde soort. Bij genfamilies waarin veel duplicaties opgetreden zijn is het onderscheid tussen orthologen en paralogen lastig.

Het begrip homologie is een zeer centraal begrip in de evolutiebiologie omdat de hele evolutie gaat over afstamming.

Bronvermelding