Reserveer nu mijn nieuwste boek

Effectieve populatieomvang betekenis & definitie

De (denkbeeldige) grootte van een bevolking, kleiner dan in werkelijkheid, waarin het effect van genetische drift gelijk is aan dat in de werkelijke bevolking

Effectieve populatieomvang is een nogal abstract begrip uit de neutrale evolutietheorie. Het idee is dat de kans dat een allel door genetische drift gefixeerd raakt sterk afhangt van de populatieomvang. In kleine populaties hebben genen de neiging hun variatie te verliezen doordat bij toevallige fluctuaties een bepaald allel als enige overblijft.

Het blijkt nu dat in een werkelijke populatie die kans vaak hoger is dan je zou verwachten op basis van de populatiegrootte. Kijkend naar drift lijkt de populatie kleiner te zijn. Daarom definieert men de effectieve populatieomvang als de populatiegrootte waarin de drift hetzelfde is als in de werkelijke populatie.

Er kunnen allerlei redenen zijn waarom de kans op fixatie hoger is dan verwacht. De meest gebruikelijke oorzaak is dat niet alle leden van de populatie meedoen aan de voortplanting. Dat kan komen door vrijwillige of biologische kinderloosheid (bij de mens). Bij dieren is het vaak afgedwongen door een haremstructuur. Als één man een harem van meerdere vrouwen domineert zijn er ook veel mannen (bij een sekse-ratio van 1) die geen nakomelingen krijgen. Het gevolg is dat de effectieve populatieomvang veel kleiner is dan de werkelijke. Voor deze situatie geldt de formule: N$$$_e$$$ = 4MV/(M+V), waarbij N$$$_e$$$ de effectieve populatieomvang is, M het aantal mannen en V het aantal vrouwen dat meedoet aan de voortplanting. Uit de formule valt af te leiden dat in een populatie van 200 individuen, waarbij de vrouwen in harems van vijf samenleven met een man, de effectieve populatiegrootte niet 200 is maar slechts 67.