Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Gepubliceerd op 11-07-2018

Dominant

betekenis & definitie

De eigenschap van een genvariant om een andere variant van hetzelfde gen (op het andere chromosoom) te overvleugelen in de fenotypische expressie

Eigenschappen gecodeerd door dominante allelen komen niet alleen tot uitdrukking in de homozygoten maar ook in de heterozygoten. Het fenotype wordt bepaald door één van de allelen, het dominante. Het andere allel, genaamd recessief, komt alleen tot uitdrukking in de homozygoot-recessieven. Dominantie zorgt ervoor dat recessieve ziektes zeldzaam zijn ook als ziekteverwekkende allelen vrij algemeen voorkomen in de populatie.

De begrippen dominant en recessief zijn afkomstig uit de klassieke kruisingsproeven van Gregor Mendel (1822-1884) met erwtenplanten. Hij kon zijn resultaten verklaren door aan te nemen dat gladde zaden dominant waren ten opzichte van gerimpelde en dat groene zaden domineerden over gele.

De begrippen recessief en dominant zijn erg nuttig om op fenotypisch niveau de overerving van kenmerken te beschrijven maar op moleculair niveau zijn het moeilijk te hanteren begrippen. Er zijn talloze mechanismen die er voor kunnen zorgen dat de fenotypische expressie van een allel afhangt van het andere chromosoom. Zo kan het recessieve allel een mutant zijn die niet of nauwelijks tot expressie komt; het is mogelijk dat er een factor is van een ander gen dat het ene allel wel en het andere niet onderdrukt (epistase), of een allel kan actief tot stilzwijgen gebracht worden door interferentie-RNAs (epigenetica).

Volledige dominantie en volledige recessiviteit zijn de uitersten in een spectrum van dominantierelaties. In veel gevallen heeft de heterozygoot een fenotype dat meer of minder intermediair is. Ook is dominantie niet absoluut; bij meerdere allelen kan een allel domineren over een ander allel, maar intermediair zijn met een derde.

Bronvermelding