Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Gepubliceerd op 01-04-2020

2020-04-01

Australopithecus africanus

betekenis & definitie

Uitgestorven hominine, levend in zuidelijk Afrika tussen 3,7 en 2 miljoen jaar geleden, vaak beschouwd als de directe voorouder van Homo

De in Australië geboren paleontoloog Raymond Dart, net aangesteld aan de Universiteit van Witwatersrand in Johannesburg, Zuid-Afrika, ontdekte bij het plaatsje Taung in 1924 een fossiel dat hem op slag wereldberoemd maakte. Hij concludeerde dat het een op twee benen lopende hominine was (het foramen magnum toonde dat aan), maar primitiever dan de toen bekende Javamens. De Britse paleontologen, die nog geloofden in de Piltdown-mens (een bedriegerij), waren aanvankelijk sceptisch, maar draaiden later bij.

Het fossiel dat Dart vond was van een kind (vandaar “Taung child”). De genusnaam Australopithecus (“aap uit het zuiden”) is afkomstig van deze vondst. Het omvat het aangezicht, een deel van de schedel en een complete mandibula. Uniek is dat ook de hersenen versteend waren; er is geen gebied van Broca op te zien, wat vaak aangevoerd wordt om te argumenteren dat Australopithecus geen taal had. Op basis van de tanden werd de leeftijd van het kind geschat op 7 jaar, maar het zou ook 3 jaar kunnen zijn als je de tandenwisseling van mensapen als referentie neemt.

Later zijn op drie andere plaatsen in Zuid-Afrika fossielen gevonden die ook toegeschreven worden aan A. africanus. Met name het vrij complete skelet StW 573, genaamd “Little Foot”, opgegraven in de jaren 90 en 3,7 miljoen jaar oud, is opvallend. A. africanus vertegenwoordigt de graciele lijn van de Australopithecines, is verwant aan A. afarensis maar nog iets lichter van bouw. Daarom wordt deze soort vaak gezien als de directe voorouder van Homo, hoewel anderen A. sediba als zodanig beschouwen.

Bronvermelding