Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Gepubliceerd op 20-06-2017

Trein

betekenis & definitie

Trein - wielerpeloton. De blauwe trein: benaming voor de koppels in de zesdaagse.

Jelle was de proloogspecialist en moest meerijden in de trein voor Van Poppel. Vrij Nederland, 20-01-90

knecht; gangmaker voor andere wielrenners.

Ik wil ook wel werken voor de ploeg, maar ik ben er niet meer om voor anderen alleen maar trein te spelen. Elsevier, 07-04-90

algemeen voor ‘ploeg’, in andere takken van sport; in het citaat wordt atletiek bedoeld.

Sebastian Coe (326) geeft leiding aan de Engelse trein. de Volkskrant, 29-08-86