Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Gepubliceerd op 06-06-2017

Belubberen

betekenis & definitie

Belubberen - belazeren; (de kiezer) bedriegen door de indruk te wekken dat de uitkeringen van de minima op peil blijven, terwijl dat niet zo is. Dit informele woord werd op 12 oktober 1983 geïntroduceerd door toenmalig PvdA-kamerlid Marcel van Dam. Hij gebruikte het in zijn kritiek op het kabinet-Lubbers. Vandaar een belubberd beleid ‘een slecht, belabberd beleid’.

Belubberen: besturen door half informeren. Dat deel van de feiten en achtergronden meedelen op grond waarvan een gunstiger beeld van de werkelijkheid wordt gepresenteerd dan reëel is. Het woord is op 12 oktober 1983 voor de eerste maal gebruikt door het PvdA-kamerlid Van Dam. Hij beschuldigde premier Lubbers ervan de minima onvoldoende te informeren over hun inkomenspositie, de minima dus te belubberen. Marco Bunge: Politiek woordenboek, 1985

Belubberd: van een bepaalde kwaliteit: de minister-president sprak weer eens heel belubberd. Albert Hofstede: Parlementaal, 1991

Marcel van Dam (die als kamerlid de woede van de premier wekte toen hij hem ervan beschuldigde de uitkeringstrekkers te ‘belubberen’) beschouwt hem nu als een uitblinker en een ‘uitstekende minister-president’. Vrij Nederland, 07-11-92

Na ‘Jan Splinter’ was het ‘tuinman Flipse’, die Lubbers’ tuin onderhield maar steeds minder in zijn loonzakje kreeg. Flipse’s vrouw, aldus Van Dam, schold hem uit: ‘Je hebt je weer laten belubberen.’ De Groene Amsterdammer, 15-12-95