Nederlandse spreekwoorden

F.A. Stoett (1923-1925)

Gepubliceerd op 10-03-2020

Nieuwsgierig Aagje

betekenis & definitie

Deze zegswijze, zonder of met het bijvoegsel van Enkhuizen, is ontleend aan ‘T Leven en Bedrijf van Clement Marot.

Uit het Fransch in het Nederduyts vertaalt Door Jan Soet’. Aan het einde volgt een ‘Bijvoeghsel, Bestaende in verscheyde Quinckslagen en aerdige Poetsen, op de voorgaende Materie dienende’ en daaronder komt in een uitgave van 1655 voor ‘het kluchtigh Avontuurtje van 't Nieuwgierigh Aeghje van Enckhuysen, waarin het wedervaren wordt geschetst van eene vrouw uit Enkhuizen, die uit nieuwsgierigheid met haar buurman, een schipper, naar Antwerpen ging en daar in deerlijke ongelegenheid geraakte. Vgl. Gew. Weuw. III, 57: Wat schepzel staat daar! ey, komt vry wat nader, Nieuwsgierig Aagjen van Enkhuizen; en Comique en vermaaklijke Boerenreis, 1804, bl. 29: 't Zal u even eens vergaan, als nieuwsgierig Aagje van Enkhuizen, daar ik van in den Almanak geleezen hebbe. Thans zegt men in Friesland nog wel: sa nijsgjirrich as Aechje fen Inkhuzen; in Groningen echter zonder dit toevoegsel: een neisgierig Oagtje; oostfri. nêsgirige agtje (Molema, 545 a); Waasch Idiot 157: crieuze Beth. Vergelijk hiermede andere uitdrr. als: een stijve Piet (ontleend aan een klucht van W.D. Hooft); een vroolijk Fransje (zie ald.); een Jan Splinters testament, die eveneens aan oude tooneelstukken of verhalen ontleend zijn.