Muziek lexicon

Mr. G. Keller en Philip Kruseman (1932)

Gepubliceerd op 15-06-2021

Alexander campbell mackenzie

betekenis & definitie

Sir * 22. 8. 1847 te Edinburgh, componist. Studeerde vijf jaar te Sondershausen, werd 1862 met behulp van een beurs leerling der R.

A. M. te Londen en vestigde zich 1865 in zijn geboortestad als muziekleeraar, koordirigent en ^pianist. In 1879 ging hij naar Florence, waar hij zich uitsluitend aan de compositie wijdde, werd na zijn terugkeer in 1888 directeur der R. A. M. en is dat tot 1924 gebleven. Intusschen was hij 1892—1899 dirigent der Philh. Society alsmede dirigent van enkele koorvereenigingen. Mackenzie ontving drie eeredoctoraten in de muziek, n.1. van St. Andrews in 1886, Cambridge in 1890 en Edinburgh in 1896. Hij is wel een der meest beteekenende componisten van Engeland. Het eerste werk, waardoor zijn naam bekend werd, was zijn pianokwartet op. 11, dat hij op eigen kosten had laten drukken. Te Florence zijn zijne beste composities ontstaan. Hij schreef o.a. een pianotrio D. gr. t., een strijkkwartet Es gr, t. een vioolconcert op. 32, een Schotsch pianoconcert op. 55, een ballade Hochland voor viool en orkest, een orkestsuite London Day by Day (1902), 5 ouvertures, een symph. gedicht Invocation, een orkestballade La belle Dame sans merci, muziek bij Marmion (1839), Ravenswood (1890), The little Minister (1897), Coriolan (1901), de oratoria The Rose of Sharon (1884) en Bethlehem (1894), Veni creator voor koor, soli en orkest (1896), de opera's Colomba (1883), The Troubadour (1886), The Cricket on the Hearth (1914), de operette The Knights of the Road (1905), de cantates Jason (1882), The Bride (1881), The Story of Sayid (1886), The Dream of Jubal (1899), The Witch’s Daughter (1904) en voorts vele liederen, piano- en orgelwerken, enz.