Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

zwaard

betekenis & definitie

zwaard - zelfstandig naamwoord

1. recht en plat scherp wapen om mee te steken
♢ de ridders vochten met zwaarden
1. het zwaard van Damocles
[een voortdurend dreigend gevaar]
2. naar het zwaard grijpen
[gaan vechten]
3. iets te vuur en te zwaard bestrijden
[met alle macht]

Zelfstandig naamwoord: zwaard
het zwaard
de zwaarden
het zwaardje