Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

zorg

betekenis & definitie

zorg - zelfstandig naamwoord

1. moeite die je doet om iets of iemand in goede conditie te houden of te brengen
♢ de zorg voor de drie kinderen is voor zijn vrouw
1. er zorg voor dragen
[zorgen dat het gebeurt]
2. angst dat het verkeerd af zal lopen
♢ hij had veel zorg over zijn drie kinderen
1. je er zorgen over maken
[bang zijn dat het verkeerd afloopt]
2. dat is van later zorg
[daar maken we ons nu nog niet druk om]
3. dat zal mij een zorg zijn
[dat kan me niets schelen]
4. zorgen hebben
[bang zijn voor de toekomst]
5. wij zijn uit de zorgen
[wij hoeven nergens meer bezorgd over te zijn]
6. dat baart me zorgen
[daar ben ik bezorgd over]
7. een zieltje zonder zorg
[iemand die onbekommerd leeft]

Zelfstandig naamwoord: zorg
de zorg
de zorgen
het zorgje