wortel betekenis & definitie

wortel - zelfstandig naamwoord
uitspraak: wor-tel

1. deel van een plant dat onder de grond zit
♢ de wortels van de boom zijn erg dik
1. wortel schieten
[zich met de wortels vasthechten in de grond]
2. wortel schieten
[er heel lang blijven]
3. het met wortel en tak uitroeien
[helemaal]
2. plant waarvan je het ondergrondse deel kunt eten
♢ worteltjes hebben een oranje kleur
3. een getal dat met zichzelf vermenigvuldigd een gegeven getal oplevert
♢ de wortel uit 16 is 4, want 4 x 4 = 16

Zelfstandig naamwoord: wor-tel
de wortel
de wortels
het worteltje

Synoniemen
vierkantswortel
Tegenstellingen
kwadraat

Gepubliceerd op 14-11-2017