Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

woning

betekenis & definitie

woning - zelfstandig naamwoord
uitspraak: wo-ning

1. gebouw dat bedoeld is om in te wonen
zij zijn op zoek naar een woning

Zelfstandig naamwoord: wo-ning
de woning
de woningen
het woninkje

Synoniemen
huis