Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

wasgoed

betekenis & definitie

wasgoed - zelfstandig naamwoord
uitspraak: was-goed

1. wat gewassen moet worden
♢ doe de handdoek maar bij het wasgoed

Zelfstandig naamwoord: was-goed
het wasgoed

Synoniemen
was