waarheid betekenis & definitie

waarheid - zelfstandig naamwoord
uitspraak: waar-heid

1. wat in werkelijkheid zo is
♢ lieg niet tegen me, vertel me de waarheid
1. de waarheid spreken
[zeggen wat echt gebeurd is]
2. hem de waarheid zeggen
[hem streng toespreken]
3. de waarheid geweld aandoen
[dingen vertellen die niet waar zijn]
4. om je de waarheid te zeggen ....
[eerlijk gezegd]
5. een waarheid als een koe
[iets waarvan iedereen weet dat het waar is]
6. de waarheid ligt in het midden
[iedereen heeft wel een beetje gelijk]

Zelfstandig naamwoord: waar-heid
de waarheid
de waarheden

Tegenstellingen
verzinsel