waarde betekenis & definitie

waarde - zelfstandig naamwoord
uitspraak: waar-de

1. wat het aan geld op kan brengen
♢ de waarde van dat huis wordt geschat op drie ton
1. een bon ter waarde van een tientje
[met de waarde ervan]
2. belasting toegevoegde waarde (btw)
[belasting die iemand berekent voor een product of dienst en die afgedragen moet worden aan de overheid]
2. wat iets of iemand voor je betekent
♢ zij is van onschatbare waarde voor de zaak
1. er waarde aan hechten
[het belangrijk vinden]
2. waarden en normen
[opvattingen over goed of slecht]
3. hem in zijn waarde laten
[aanvaarden zoals hij is]
4. van nul en generlei waarde
[zonder enige waarde]

Zelfstandig naamwoord: waar-de
de waarde
de waarden

Laatst bijgewerkt 14-11-2017